Bezoeker

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 3 van 7)

Ze vroeg me ‘Als Sathya Sai Baba nu de nieuwe Christus is, zou je hem dan willen zien?’ ‘Natuurlijk wil ik hem dan zien’, antwoordde ik.

Binnen twee maanden vlogen we via Bombay naar Bangalore in India; ze had alles geregeld.
Ik was nog nooit in India geweest. Ik werkte toen bij de KLM en had regelmatig zakenreisjes gemaakt in Europa, maar toch zag ik er tegenop. Wat moest ik verwachten? Bedelaars, slechte wegen en krakkemikkige koloniale auto’s? Smalle wegen met auto’s die aan de verkeerde kant rijden en hoog opgeladen vrachtwagens? Of scooters zonder achteruitkijkspiegels en karren overvol geladen met suikerriet getrokken door ossen en tractors?

Lees verder

Vers 1

Ramana Maharshi*:
“Vanuit onze waarneming van de wereld komen wij tot de erkenning van een uniek Eerste Beginsel, met onbeperkte vermogens tot manifesteren.
De beelden op het filmdoek, het doek zelf, de toeschouwer, het licht dat het geheel belicht – dit alles is Dat, het Ene.”.

Het is spitsuur op het station. Ik zie jong en oud, gehandicapt en sportief, dun en dik, geel, wit en zwart, man en vrouw, Arabier, Chinees en Westerling, gekleed in alle kleuren van de regenboog, korte en lange rok of jas. Iedereen toont zich weer anders, zowel wat lichaamsbouw als kleding betreft.
Iedereen loopt langs en door elkaar; het lijkt wel een kippenhok, waar iedereen zijn weg gaat, zonder de ander ondersteboven te lopen. Soms gebeurt het toch en is een sorry voldoende om verder te gaan. Het lijkt een chaos en toch gaat het van een leien dakje.
Het blijft wonderbaarlijk wat er in de wereld allemaal tegelijkertijd gebeurt. Als je het zelf zou regisseren dan zou alles in gebaande wegen plaatsvinden, maar niet ongebaand zoals het op een station toegaat en wat zo te zien helemaal op elkaar is afgestemd zonder menselijke tussenkomst.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.137.

Verbeteraar

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 2 van 7)

Daar reden wij dan, de kritische werkgroep geografie, in de trein door het uitgestrekte graanlandschap van Wenen naar Boedapest om met eigen ogen te gaan zien hoe marxistisch er gebouwd werd in Boedapest. Voor ons een soort maatschappelijke pelgrimstocht.

Na het halen van mijn HBS-A diploma ging ik economie studeren in Tilburg. Dat ging niet helemaal goed, ik was nog te jong om zelfstandig te wonen en te studeren. Ik zat meer in de bioscoopzaal dan in de collegezaal. Ik was overigens economie gaan studeren, omdat dat mijn lievelingsvak op school was geweest. Ik vond echter dat ik nog niet voldoende bagage had om te gaan werken. Uitstellen van werk was mijn beste optie. Uiteindelijk ging ik daarna en na mijn militaire dienst vervuld te hebben sociale geografie studeren in Amsterdam, zodat ik mijn rugzak met bagage kon vullen. Ik moet nog opmerken dat faalangst mij af en toe parten speelde. Op een gegeven moment was dat zo erg dat ik een dag voor een tentamen met mijn studie wilde stoppen. Een vriend zei tegen mij: ‘Als je nu stopt dan heb je dus een nul voor je tentamen. Dan kun je net zo goed het tentamen doen dan haal je in ieder geval meer en geef je jezelf een kans.’ Hier kon ik niets tegen inbrengen; ik ging op tentamen en haalde mijn hoogste cijfer ooit.

Lees verder

Kerkganger

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 1 van 7)

Ik liep als zesjarige in mijn lichtbruine communiepakje met korte broek en strikje op de eerste rij in de Mariaprocessie van Oisterwijk, waarbij een Mariabeeld werd gedragen onder een baldakijn.
De processie vertrok van de Sint-Petrus’-Bandenkerk, een neogotische kruisbasiliek ontworpen door Pierre Cuypers die ook de architect was van het Rijksmusem in Amsterdam. De tocht liep naar de Sint Joanneskerk aan de andere kant van het dorp, ondermeer langs de Lind met zijn tweehonderd meter lange trouwlaantje van linden-berceau bomen.

Toch een soort ontdekkingsreis voor mij als kind, dit had ik nog nooit meegemaakt. Wat gebeurde er allemaal om me heen? De pastoor die met zijn wierookvat zwaaide en de mensen met de wijwaterkwast besprenkelde langs de kant van de weg en vooral de vaandeldragers met hun grote vlaggen en goudkoperen knop aan hun vlaggenstok. Vlaggen die ze tijdens de processie om hun hals lieten draaien zonder elkaar zelfs te raken. Geweldig vond ik dat; ergens was ik blij, ook wel trots dat ik mee mocht lopen. Tijdens de processie zei niemand wat en ook de toeschouwers langs de kant waren stil. Verder zei die hele processie me niet veel. Anders gezegd ik begreep het niet. Zelfs nu ik dit beschrijf was het meer een droom of een optocht van mensen die zich verkleed hadden dan iets heiligs.

Lees verder

Oefening baart kunst

Als je ziet hoe hard er getraind wordt door bijvoorbeeld sporters dan is het logisch dat oefening kunst baart, mits het in de wedstrijd eruit komt. Echter dat is niet altijd het geval en dat dan los van het talent dat iemand heeft, want talent is een gave die je meegekregen hebt.
Ook talentvolle spelers trainen echter en het ziet er in wedstrijden zo makkelijk uit. Denk maar eens aan Leonel Messi,Rodger Federer of in een verder verleden aan Mohamed Ali.

Als ik naar mijzelf kijk en het vele trainen dat ik heb gedaan dan vraag ik mij af of het trainen van de vaardigheid van voetballen was of juist overgave aan het moment was. Ik moest een keer een vrije trap in een wedstrijd nemen en schoot de bal perfect inj de kruising. De scheidsrechter vond dat ik de vrije trap moest overnemen omdat hij nog niet gefloten had. Nou ja, ik dacht dat doe ik het op precies dezelfde manier. Zoveel stappen afstand van de bal, in een hoek van vijfenveertig graden en dan de bal raken met de binnenkant van de rechter voet, doorbewegen met de voet zodat de bal met effect de kruising in zou vliegen. Zo gezegd zo gedaan. Helaas de bal vloog over het doel.Eigenlijk was ik meer met het controleren van de vrije trap bezig en natuurlijk het resulstaat ‘ een doelpunt’ in tegensteling tot de eerste keer toen ik voledig in het moment zat en de vrije trap spotaan plaatsvond dan dat ik het controleerde.

Talent en vaardigheid is mooi maar niet het enige in het leven, maar het spontane niet te controleren van het leven  want meespeelt.

Mens durf te sterven

Het was geloof ik Freek de Jonge die ik voor het eerst hoorde zeggen ‘Mens durf te sterven’. Dan denk ik ‘Hoe dan?’, door op een of andere manier uit het leven te stappen? Lijkt mij niet de bedoeling van Freek zijn opmerking.

Na een mislukte studie economie, waarin ik bang was om iets in een groep te zeggen en mijzelf steeds meer afsloot voor andere studenten en tenslotte ook het studeren, ging ik in militaire dienst. Tijdens de introductiebijeenkomst in de kazerne werd gevraagd of iemand in de eetcommissie wilde gaan zitten. Wil ik leren praten in een groep dan is dit een uitgelezen moment om over mijn spreekangst te komen. Tenslotte was mijn moeder kokkin geweest, dus zou ik mij wel redden en zo zag ik mijn arm omhoog gaan en zat vervolgens in de eetcommissie. Hiermee stierf een beetje mijn spreekangst, die natuurlijk alleen in mijn geest zat.
Na militaire dienst ging ik sociale geografie studeren, maar wilde wel voorkomen dat deze studie ook zou mislukken. Tijdens het eerste hoorcollege keek ik rond of ik mij niet bij een groepje kon aansluiten. Ik zag een leuk meisje en ging het volgende college bij haar in de buurt zitten en zij bleek bij een groepje politiek actieve studenten te horen. En zo zat ik in een groepje actiestudenten. Op een keer werd ik gevraagd om voor de aanvang van een college de aanwezige studenten op te roepen om een protestactie tegen de verhoging van het collegegeld bij te wonen. Ik vond dat niet makkelijk om te doen, maar ik wilde de groep niet in de steek laten. En daar stond ik dan tegenover een zaal met honderd studenten. Ik was vooral bang dat iemand iets zou zeggen of vragen en dat ik dan met een mond vol tanden zou staan. Ik vroeg de zaal of ze wilden komen actievoeren. En tenslotte of iemand nog iets te vragen had. Nu ging het komen. Er kwam echter totaal geen reactie uit de zaal en daar stond ik en werd er zelf ook helemaal stil van, zo verwonderd was ik dat niemand wat zei.
Door de stap te zetten om voor de zaal te gaan staan, waren bezwaren en overwegingen die ik van te voren had, weggestorven en was verwondering in de plaats gekomen. Durven sterven is dan niet iets van doen, maar meer het vanzelf verdwijnen van gedachten en doen wat voor je ligt.

Een man een man

‘Een man een man’, je zou natuurlijk ook kunnen zeggen ‘een vrouw een vrouw’, maar dat hoor je nooit.
Met ‘een man een man’ wordt over het algemeen bedoeld dat je als man of mens staat voor wat je zegt en afgesproken hebt. Bijvoorbeeld je bent lekker doorgezakt op een feestje dan ga je ’s morgens gewoon naar je werk’. Dit gebeurde mij regelmatig.

Natuurlijk had ik allerlei bedenkingen, zoals ik voel wak door de laatste restjes alcohol in mijn lijf of o die koppijn of vandaag even niet want ik kan amper uit mijn ogen kijken. Toch zie je jezelf op een gegeven moment op je fiets naar het werk rijden. En wat blijkt dat ondanks je broze gesteldheid je toch je werkzaamheden van het orders klaarmaken uitvoert, soms vergde het iets meer tijd omdat je de orderlijst een paar keer moest bekijken tot het tot je doordrong.

Het gebeurt gewoon zonder dat je er controle over uit hoeft te voeren.

Doe even normaal

‘Doe even normaal’ betekent dat je zoiets als normaal doen zou kunnen doen, nog los van het feit wat normaal is of zou kunnen zijn.
Als ik bijvoorbeeld de kozijnen aan het verven ben en zie hoe strak ik zonder het glas afgeplakt te hebben het kozijnlatje verf, ook zonder dat ik mijn hand of nog beter gezegd de spiertjes in mijn handen instrueer hoe de kwast vast te houden, hoe de kwast op het latje te houden en hoe snel de hand moet bewegen, dan vraag ik mij af wie of wat er aan het “doen” is. Ja mijn lichaam, met name mijn hand, is onderdeel van het verven en verder neem ik het schilderen waar en spelen mijn gedachten daarin geen rol. Eigenlijk doe ik, buiten dat mijn lichaam actief is, niets en gebeurt het.

Hetzelfde geldt voor als ik praat met iemand. Hoe eenvoudig het gesprek ook is dat ik voer, ik bedenk niet van te voren wat ik ga zeggen. Ja heel soms de eerste paar woorden, maar zeker niet de hele zin of zinnen. De woorden rijzen spontaan op tijdens het gesprek zonder dat ik dat in gedachten vooraf doe. Het spreken gebeurt, zo ook het luisteren naar de ander. Hoewel ik mij soms wel afvraag of ik werkelijk luister.

‘Doe even normaal’ is niet even iets wat je kunt doen, maar dat veel eerder spontaan en onbestuurbaar plaatsvindt in het moment en gebeurt, zoals ook deze tekst oprijst vanuit het niets en door de vingers wordt getypt en zo leesbaar is geworden.