Vers 36

Ramana Maharshi*:
“Slechts zolang de gedachte ‘ik ben het lichaam’ blijft opkomen, zal de meditatie ‘ik ben niet dit, ik ben Dat’ terecht zijn om als Dat gegrondvest te raken. Want waarom zouden we ermee doorgaan en denken ‘ik ben Dat’? Is het voor een man soms nodig om voortdurend te denken ‘ik ben een man’? Zijn we niet altijd al Dat?”

Ik loop drie keer per week hard om zo mijn bloedsuikerspiegel laag te houden. Ik ben tot nu toe twee keer gevallen en het verbaast me dat het niet vaker is gebeurd. Soms zie ik een los liggende tegel, een klinker die iets hoger ligt of een boomstronk die het asfalt omhoog duwt. Echter, ik zie niet alle kleine obstakels tijdens het lopen.
Het lopen gebeurt vanzelf zonder dat ik elke stap van te voren bedenk of beheers. Fascinerend hoe al die spiertjes samen met mijn zintuigen werken, terwijl ik aan het lopen ben. Mijn lichaam wil hardlopen en wordt als het ware voortgestuwd zonder dat ik dat zelf allemaal regel en zonder dat ik besef dat het zo vanzelfsprekend gebeurt; wat altijd al gebeurt ook als ik gewoon beweeg en niet hard loop.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.148.

Vers 35

Ramana Maharshi*:
“Het zoeken naar en geworteld raken in de Werkelijkheid, die altijd al ‘verworven’ is, is de enige ‘Verworvenheid’.
Alle andere verworvenheden, zoals bijzondere vermogens (siddhi’s), zijn alsof ze verworven zijn in dromen. Kunnen zij voor degene die wakkergeworden is nog echt lijken? En kunnen zij voor degene die geworteld is in de Werkelijkheid en vrij van illusie, dan nog een verleiding zijn?”

Soms heb ik zo’n zin om een sigaar te roken. Ik heb nooit sigaretten gerookt en ben op mij dertigste op de terugreis van een skivakantie sigaren gaan roken, omdat ik de reuk zo lekker vond. Dit hield ik een driekwart jaar vol en merkte dat ik tijdens het werk, dat mocht toen nog, de ene sigaar na de andere opstak tijdens het uitwerken van een onderzoeksrapport. Dit vond ik raar, want ik pafte een eind weg zonder dat ik er van genoot. Ik ben daarna meerdere keren begonnen en ook weer gestopt met roken. Het beginnen kon ik meestal uitstellen totdat ik voor de vijfde keer langs een sigarenzaak was gefietst en de verleiding niet meer kon weerstaan om naar binnen te gaan. Het telkens stoppen ging redelijk makkelijk, omdat ik bijvoorbeeld pijn in mijn keel kreeg of omdat het vies smaakte.
Wel zag ik dat ik het beginnen en stoppen niet in de hand had, omdat het opeens spontaan opkwam. In de periodes dat ik niet rookte bestond de hele sigaar of het verlangen naar roken ervan ook helemaal niet. Ik was daar in de werkelijkheid van het dagelijks leven niet mee bezig; het kwam gewoonweg niet in mij op.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.148.

Vers 34

Ramana Maharshi*:
“Het niet herkennen van Dat wat voor iedereen altijd al de inherente Werkelijkheid is in het Hart, en niet daarin gegrondvest raken, maar in plaats daarvan argumenteren over het bestaan of niet-bestaan ervan, over zijn vorm of vormloosheid, zijn dualistische of non-dualistische aard: het komt allemaal door de illusie die voortvloeit uit onwetendheid.”

Religieuze discussies zijn er altijd geweest, zelfs een strijd op leven en dood, zoals bij de kruistochten. Eigenaardig als je bedenkt dat er één universum is en één God of wereld waar alles uit voortgekomen is.
Ik ben zelf katholiek opgevoed en gegroeid. Zo rond mijn zeventiende ben ik gestopt met het actief belijden van het katholicisme. Ik vond dat er geen verschil tussen protestanten en katholieken was, ook omdat beiden het Christendom als basis hadden.
Zo simpel was het niet, want ik vond nog decennia lang katholieken betere Christenen dan de protestanten. Niet dat ik ze anders zag of behandelde; het was meer een gevoelsmatige gedachte die was blijven hangen, die op een vaag idee van verschil gebaseerd was.
Na jaren bezig te zijn geweest met spiritualiteit begin ik nu te beseffen dat elk spirituele of religieuze stroming een pad kan bieden om inzicht in het leven te krijgen. En dat we deel zijn van een universum, waar we überhaupt geen controle of beheersing over hebben; zowel in de kleine als grote gebeurtenissen. Dit louter waarnemen zoals het feitelijk is; is het alomtegenwoordige en alomvattende zijn, de bron of het Zelf. Waarnemen, meer is het niet, zo eenvoudig.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.147/8.

Vers 33

Ramana Maharshi*:
“Het is net zo lachwekkend om te beweren: ‘Ik heb het Zelf gerealiseerd’ als : ‘Ik heb het Zelf niet gerealiseerd’. Zijn er twee ‘zelven’, waarbij het ene een object is dat gekend of gerealiseerd wordt door het andere? Het is in feite ieders eigen ervaring dat het Zelf Eén is: ‘Ik ben één Ik’.”

Hoewel ik mij vooraf verantwoordelijk voel, realiseer ik mij pas achteraf wat ik gedaan heb. Je doet bepaalde handelingen die je in grote lijnen vooraf bedenkt en die achteraf anders zijn gebeurd. Ik moest laatst een extra keukenkastje van IKEA plaatsen. De maten klopten; dus hoefden we alleen maar het kastje te plaatsen. Het paste echter niet en we moesten opnieuw meten en uiteindelijk wat tegeltjes wegkappen, toen paste het wel. Maar dat was van het begin al zo; we dachten echter dat we alle maten goed hadden opgenomen.
Zo ook is het ook met inzicht. Je denkt hoe spirituele oefeningen in de praktijk werken en dat jij dat kunt uitvoeren. Vreemd eigenlijk, omdat ieder wezen uit eenzelfde bron voortkomt. Eenzelfde bron die de een Goddelijk en de ander energie of licht noemt. Wat heeft het dan nog zin om spirituele oefeningen uit te voeren om te beseffen dat je een spiritueel wezen bent, wat je a priori al bent. Het louter waarnemen van het leven zonder iets te willen is al voldoende.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.147.

Vers 32

Ramana Maharshi*:
“De teksten verklaren: ‘Jij bent Dat’, maar toch getuigt het mediteren over ‘ik ben Dat en niet dit’ van een zwakke benadering – je bent immers altijd al Dat. Onderzoek dus wat je werkelijk bent en blijf daarin gegrondvest.”

‘It was the hour before the Gods awake’ is de eerste regel van Savitri, een poëtisch boek van Sri Aurobindo. Dit zinnetje duidt aan dat er iets is voordat het Goddelijke wakker wordt. Er is iets voorbij het Goddelijke; maar wat dan?
‘Het uur ervoor’ wordt niet beschreven. Mijn denken blijft in peinzende stilte achter in dat wat niet beschreven of gedacht kan worden. Misschien is dit uur alles en tegelijkertijd ook niets.
Dit doet mij denken aan het mediteren op de mantra ‘Soham’ (Ik ben dat). Ik begin de meditatie op ‘Soham’ met het herhalen daarvan in de geest. Op een gegeven moment dwaal ik af en wanneer ik dat merk zet ik de mantra weer in. Ik denk dat ik daarvoor zelf kies, maar het inzetten van de mantra gebeurt op een gegeven moment, terwijl ik op een kussentje zit. Dit opnieuw inzetten en herhalen van de mantra wordt achteraf in mijn geest bevestigd. Feitelijk rijst de klank van de mantra op, komt spontaan voort uit een niets. Een niets dat altijd aanwezig is zonder dat ik dat besef.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.147

Vers 31

Ramana Maharshi*:
“Wat valt er verder te volbrengen voor degene die, doordat het ‘ik’ is uitgedoofd, ondergedompeld is in gelukzaligheid van het Zelf? Hij is zich niet bewust van iets alsof het iets anders is dan het Zelf.
Wie kan zijn staat bevatten?”

Ik ben een aantal jaren naar diverse ashrams in Rishikesh (India) geweest en heb daar wijzen ontmoet. Bijvoorbeeld een wijze vrouw in lila gekleed die vol stille overgave puja’s (offers) uitvoerde en een wijze man met een hoofddoekje om die op bed zat en ons adviseerde zelf boeken te gaan schrijven. Hij wist waar hij het over had want hij had meer dan honderd boeken geschreven. Een derde wijze lag ziek in bed en kon op dat moment niet meer praten over zijn inzichten die hij gelukkig al in een boek over Absolute Kennis had beschreven.
Bij een wijze man met een grote zwarte haardos, zoals Sri Sai Baba die had, had ik meer het vermoeden dat hij een goede marketing man was met een spirituele boodschap.
Of ze werkelijk wel of niet wijs waren kan ik natuurlijk, ondanks hun spirituele woorden, niet zeggen, want dan zou ik zelf wijs zijn. Opvallend vond ik de verschillen tussen al die wijzen, dat had ik niet verwacht toen ik voor de eerste keer naar India ging. In ieder geval waren ze benaderbaar en deden net als ik gewone dingen als eten koken, boodschappen doen, ziek zijn en eenvoudig praten met mensen over de dagelijkse dingen van het leven. De beelden die ik voor de reis van wijzen had klopten niet met wat ik in India zag en ik besefte ik dat het geen zin had om er een beeld in de geest van te vormen.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.147.

Vers 30

Ramana Maharshi*:
“Wanneer je met naarbinnen gerichte aandacht de vraag stelt ‘Wie ben ik?’ en je daarbij het Hart bereikt, dan valt het individuele ‘ik’ beschaamd neer en lost op.
Onmiddellijk openbaart zich dan de Ene Werkelijkheid, als ‘Ik, Ik’. Hoewel het zichzelf als ‘Ik’ openbaart is het niet het ego-‘ik’, maar het Volmaakte Wezen, het Absolute Zelf.”

Laatst zag ik een zwarte berkenboom met zo’n ruwe donkerbruine schors. Ik kon niet de hele boom zien en keek naar de stam van de berk. Ook hierbij merkte ik dat ik dat stukje stam niet helemaal kon zien en keek vervolgens naar een stukje schors. Daarbij deed zich hetzelfde voor; uiteindelijk kon ik slechts een puntje van de schors werkelijk waarnemen. Ik had voor dat puntje ook geen woorden meer.
In het begin zag ik een zwarte berk en benoemde ik dat ook zo in mijn gedachten. Met het steeds kleiner worden van het oppervlak van waarnemen verdwenen ook mijn gedachten en ook de ik die dat van binnen zag, viel merkwaardig genoeg weg en bleef er een waarnemen zonder meer.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.146.

Vers 29

Ramana Maharshi*:
“Voor het onderzoek dat werkelijk tot het Kennen (Jñāna) van het Zelf kan leiden is het niet nodig het woord ‘ik’ te herhalen – zoek slechts met naarbinnen gerichte aandacht waaruit het ‘ik’ ontspringt. Meditatie over ‘ik ben niet dit – ik ben Dat’ kan soms wel een hulpmiddel zijn, maar het is niet het onderzoek (vichāra) zelf”.

Een belangrijke aanwijzing die ik ooit heb gekregen voor het werken met aandacht was ‘neti – neti’ (niet dit – niet dit). Telkens wanneer ik merkte dat mijn aandacht niet bij het werkoppervlak was moest ik in gedachten ‘neti – neti’ herhalen, zodat ik weer met mijn aandacht bij het werk zou geraken.
Ik weet nog goed dat ik het in een werkweekend heel vaak moest herhalen, maar dat het niet lukte om continu bij het werk te verwijlen. Zo’n werkweekend bestond uit zes werkperiodes van anderhalf uur, waarin je dan met ‘neti – neti’ kon oefenen. Op het laatst had ik het er helemaal mee gehad en liet de oefening, zeker ook door de geestelijke vermoeidheid, varen. Het ‘neti – neti’ vond vooral in mijn hoofd, brein of geest plaats en bleek het eenvoudigweg waarnemen zonder me te focussen op het werk voldoende te zijn om het werk te zien gebeuren.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.146.

Vers 28

Ramana Maharshi*
“Precies zoals je in het water zou duiken als iets van jou erin was gevallen, moet je in jezelf duiken, met éénpuntig gerichte aandacht en met beheersing van adem en spraak, en de plaats vinden waar het ‘ik’ opkomt.”

In mijn studententijd, tijdens de roerige jaren zestig, werd mij gevraagd om de studenten in de collegezaal op te roepen om te gaan demonstreren. Ik had nog nooit in het openbaar voor een grote groep studenten gesproken. Ik was binnen de, als kritisch bekendstaande, studentenvereniging verantwoordelijk voor de communicatie en vond het mijn plicht aan deze opdracht te voldoen, hoewel ik bang was dat er allerlei vragen op mij afgevuurd zouden worden waar ik geen antwoord op zou hebben.
Ik liep naar voren. De collegezaal leek een soort leegte, waarin ik mijn eigen stem hoorde klinken. Er kwam totaal geen reactie vanuit de zaal en vol verbazing ging ik weer zitten. Verbazing om het feit dat de woorden zonder hapering uit mijn mond waren gevloeid en dat ik op het moment zelf niet wist wat ik zou gaan zeggen.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.146.

Autoraces

Jammer dat F1 Grand Prix autoraces dit jaar (2020) zijn uitgesteld in verband het coronavirus. Helemaal jammer omdat dit jaar voor het eerst sinds 1985 weer een wedstrijd op Zandvoort gereden zou worden.
Ook kijk ik met iets meer belangstelling naar de races, omdat Max Verstappen mee doet.
Ik merk dat ik het ook moeilijk kan laten om niet te kijken wanneer Max Verstappen kans heeft om te winnen omdat hij tijdens de trainingen zich voor de eerste startrij heeft gekwalificeerd. Ik vind het altijd lekker als een Nederlander kan winnen.
Tijdens de wedstrijd krijg ik vaak de eigenaardige gedachten: ‘Misschien of eigenlijk hopelijk, gebeurt er wat; zoals twee wagens die uit de bocht vliegen of elkaar zo raken dat ze spinnen en de van achterop komende rijders ze niet of nauwelijks kunnen ontwijken.

Lees verder