Vers 4

Ramana Maharshi*:
“Zolang je jezelf ziet als een bepaalde vorm, zullen de wereld en God ook vorm hebben. Maar als je zelf vormloos bent, wie is het dan die vormen ziet?
Kan er zonder een oog iets gezien worden?
Het Zelf is het oog, het Onbeperkte Oog.”

Zondags liep ik, als jongetje van zeven jaar, in mijn mooie pakje samen met mijn ouders en het halve dorp over het asfaltpad naar de kerk om de mis te gaan volgen. Jezus hing achter het altaar aan het kuis en de heilige geest werd verbeeld door een duif met vleugels. God zelf was in mijn gedachten voor mij een man met baard op een wolk, nooit een vrouw. Soms zag je dit op een schilderij.
Verrassend is het dat deze beelden van mijzelf, de wereld en God meestal niet aanwezig waren als ik bijvoorbeeld door de week langs de kerk liep of fietste. Ten eerste was ik meestal in gedachten verzonken over of mijn vriendjes al op het voetbalveld waren en zag ik niemand en niets om mij heen. Hoewel het er allemaal was, was het er voor mij niet, zag ik het niet.
Het lijkt net autorijden, waarbij je op je bestemming bent aangekomen en de hele weg daar naar toe niet hebt gezien. Ook je eigen lichaam heb je niet gezien, hoe bijvoorbeeld de handen het stuur draaien. En toch functioneren je ogen en handen, zonder dat je je daar bewust van bent. Vreemd; het gebeurt vanzelf.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.138.

Zoeker

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 4 van 7)

Vlak bij Haridwar in India ligt de rustige Auroville Ashram waar de olifanten soms huis hielden. Ik zag daar het houten plankje hangen in een boom met de tekst ‘Werk is meditatie’, een uitspraak van ‘the Mother, levensgezellin van Aurobindo. Was dit nu de tekst waar ik onbewust naar op zoek was? Het werken met aandacht kende ik wel, maar dat dit ook meditatie was, had ik nog nooit zo gezien. Meditatie was voor mij je verbinden met iets hogers. Hoe zat dat dan met werk? Het sprak mij aan en ik draag de tekst nog steeds met me mee.

Lees verder

Vers 3

Ramana Maharshi*:
“Wat heeft het voor zin om meningen te uiten zoals ‘de wereld is echt’ of ‘nee, het is illusie’, ‘het is het bewustzijn zelf’ of ‘nee, onbezielde materie’, ‘het is geluk’ of ‘nee, een tranendal’?
Het vertoeven in de staat waar ‘ik’ noch wereld bestaan, maar slechts het Zelf, voorbij de opvattingen van eenheid of dualiteit, is voor iedereen aanvaardbaar.”

Hoe vaak heb ik ook niet gezegd ‘Alles is één’ of ‘Alles is liefde’. Uitspraken die mooi klinken, maar die ik feitelijk niet begreep; hooguit als een spirituele gedachte.
Ik zei drie maal tegen mijn vriendin dat ik van haar hield. Eigenlijk was dat meer om mezelf te overtuigen dan haar. Later begreep ik dat pure liefde niet in woorden te vatten is. Liefde overkomt je; is niet ik en de ander, maar meer een onverwachts opgaan in elkaar, waarbij geen woorden zijn.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.137.

Vers 2

Ramana Maharshi*:
“Alle religies gaan uit van het bestaan van het individu, de wereld en God, als drietal, hoewel het uitsluitend de Ene Werkelijkheid is die zich als deze drie manifesteert. Deze drie zullen als verschillend worden gezien zolang het ‘ik‘ standhoudt. Daarom is het vertoeven als Zijn-op-zich, waarin het ‘ík’ is opgelost, de beste staat.”

Ik zie me als klein jongetje in Brabant naar de kerk gaan om de mis te volgen. De buurman was dominee en wat terug getrokken. De buurman aan de andere kant was joods en gaf ons met Pasen altijd van die heerlijke krakende matzes. Drie verschillende mensen die in dezelfde straat naast elkaar woonden en die ieder op hun eigen wijze God aanbaden. Het lijkt me niet dat er drie verschillende Goden zijn, hooguit drie verschillende menselijke invullingen van die ene God.
Vanuit ieders gezichtspunt lijken we verschillende individuen, die op dezelfde aardbol wonen met dezelfde lucht, aarde en water en God. We hebben blijkbaar meer gemeenschappelijk dan we op het eerst zicht zien. Elk golfje is anders en toch is er één zee waarin de golfjes opgaan.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.137.

Bezoeker

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 3 van 7)

Ze vroeg me ‘Als Sathya Sai Baba nu de nieuwe Christus is, zou je hem dan willen zien?’ ‘Natuurlijk wil ik hem dan zien’, antwoordde ik.

Binnen twee maanden vlogen we via Bombay naar Bangalore in India; ze had alles geregeld.
Ik was nog nooit in India geweest. Ik werkte toen bij de KLM en had regelmatig zakenreisjes gemaakt in Europa, maar toch zag ik er tegenop. Wat moest ik verwachten? Bedelaars, slechte wegen en krakkemikkige koloniale auto’s? Smalle wegen met auto’s die aan de verkeerde kant rijden en hoog opgeladen vrachtwagens? Of scooters zonder achteruitkijkspiegels en karren overvol geladen met suikerriet getrokken door ossen en tractors?

Lees verder

Vers 1

Ramana Maharshi*:
“Vanuit onze waarneming van de wereld komen wij tot de erkenning van een uniek Eerste Beginsel, met onbeperkte vermogens tot manifesteren.
De beelden op het filmdoek, het doek zelf, de toeschouwer, het licht dat het geheel belicht – dit alles is Dat, het Ene.”.

Het is spitsuur op het station. Ik zie jong en oud, gehandicapt en sportief, dun en dik, geel, wit en zwart, man en vrouw, Arabier, Chinees en Westerling, gekleed in alle kleuren van de regenboog, korte en lange rok of jas. Iedereen toont zich weer anders, zowel wat lichaamsbouw als kleding betreft.
Iedereen loopt langs en door elkaar; het lijkt wel een kippenhok, waar iedereen zijn weg gaat, zonder de ander ondersteboven te lopen. Soms gebeurt het toch en is een sorry voldoende om verder te gaan. Het lijkt een chaos en toch gaat het van een leien dakje.
Het blijft wonderbaarlijk wat er in de wereld allemaal tegelijkertijd gebeurt. Als je het zelf zou regisseren dan zou alles in gebaande wegen plaatsvinden, maar niet ongebaand zoals het op een station toegaat en wat zo te zien helemaal op elkaar is afgestemd zonder menselijke tussenkomst.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.137.

Verbeteraar

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 2 van 7)

Daar reden wij dan, de kritische werkgroep geografie, in de trein door het uitgestrekte graanlandschap van Wenen naar Boedapest om met eigen ogen te gaan zien hoe marxistisch er gebouwd werd in Boedapest. Voor ons een soort maatschappelijke pelgrimstocht.

Na het halen van mijn HBS-A diploma ging ik economie studeren in Tilburg. Dat ging niet helemaal goed, ik was nog te jong om zelfstandig te wonen en te studeren. Ik zat meer in de bioscoopzaal dan in de collegezaal. Ik was overigens economie gaan studeren, omdat dat mijn lievelingsvak op school was geweest. Ik vond echter dat ik nog niet voldoende bagage had om te gaan werken. Uitstellen van werk was mijn beste optie. Uiteindelijk ging ik daarna en na mijn militaire dienst vervuld te hebben sociale geografie studeren in Amsterdam, zodat ik mijn rugzak met bagage kon vullen. Ik moet nog opmerken dat faalangst mij af en toe parten speelde. Op een gegeven moment was dat zo erg dat ik een dag voor een tentamen met mijn studie wilde stoppen. Een vriend zei tegen mij: ‘Als je nu stopt dan heb je dus een nul voor je tentamen. Dan kun je net zo goed het tentamen doen dan haal je in ieder geval meer en geef je jezelf een kans.’ Hier kon ik niets tegen inbrengen; ik ging op tentamen en haalde mijn hoogste cijfer ooit.

Lees verder

Kerkganger

Onderzoek naar ‘Ken Uzelve’ (pelgrim 1 van 7)

Ik liep als zesjarige in mijn lichtbruine communiepakje met korte broek en strikje op de eerste rij in de Mariaprocessie van Oisterwijk, waarbij een Mariabeeld werd gedragen onder een baldakijn.
De processie vertrok van de Sint-Petrus’-Bandenkerk, een neogotische kruisbasiliek ontworpen door Pierre Cuypers die ook de architect was van het Rijksmusem in Amsterdam. De tocht liep naar de Sint Joanneskerk aan de andere kant van het dorp, ondermeer langs de Lind met zijn tweehonderd meter lange trouwlaantje van linden-berceau bomen.

Toch een soort ontdekkingsreis voor mij als kind, dit had ik nog nooit meegemaakt. Wat gebeurde er allemaal om me heen? De pastoor die met zijn wierookvat zwaaide en de mensen met de wijwaterkwast besprenkelde langs de kant van de weg en vooral de vaandeldragers met hun grote vlaggen en goudkoperen knop aan hun vlaggenstok. Vlaggen die ze tijdens de processie om hun hals lieten draaien zonder elkaar zelfs te raken. Geweldig vond ik dat; ergens was ik blij, ook wel trots dat ik mee mocht lopen. Tijdens de processie zei niemand wat en ook de toeschouwers langs de kant waren stil. Verder zei die hele processie me niet veel. Anders gezegd ik begreep het niet. Zelfs nu ik dit beschrijf was het meer een droom of een optocht van mensen die zich verkleed hadden dan iets heiligs.

Lees verder

Oefening baart kunst

Als je ziet hoe hard er getraind wordt door bijvoorbeeld sporters dan is het logisch dat oefening kunst baart, mits het in de wedstrijd eruit komt. Echter dat is niet altijd het geval en dat dan los van het talent dat iemand heeft, want talent is een gave die je meegekregen hebt.
Ook talentvolle spelers trainen echter en het ziet er in wedstrijden zo makkelijk uit. Denk maar eens aan Leonel Messi,Rodger Federer of in een verder verleden aan Mohamed Ali.

Als ik naar mijzelf kijk en het vele trainen dat ik heb gedaan dan vraag ik mij af of het trainen van de vaardigheid van voetballen was of juist overgave aan het moment was. Ik moest een keer een vrije trap in een wedstrijd nemen en schoot de bal perfect inj de kruising. De scheidsrechter vond dat ik de vrije trap moest overnemen omdat hij nog niet gefloten had. Nou ja, ik dacht dat doe ik het op precies dezelfde manier. Zoveel stappen afstand van de bal, in een hoek van vijfenveertig graden en dan de bal raken met de binnenkant van de rechter voet, doorbewegen met de voet zodat de bal met effect de kruising in zou vliegen. Zo gezegd zo gedaan. Helaas de bal vloog over het doel.Eigenlijk was ik meer met het controleren van de vrije trap bezig en natuurlijk het resulstaat ‘ een doelpunt’ in tegensteling tot de eerste keer toen ik voledig in het moment zat en de vrije trap spotaan plaatsvond dan dat ik het controleerde.

Talent en vaardigheid is mooi maar niet het enige in het leven, maar het spontane niet te controleren van het leven  want meespeelt.