Vers 14

Ramana Maharshi*:
“Zolang de eerste persoon, ík’, bestaat, zullen ook de tweede en derde persoon, ‘jij’ en ‘hij’ bestaan. Door een diepgaand onderzoek te doen naar de ware aard van het ‘ik’, lost het ‘ik’ op, en daarmee ook ’jij’ en ‘hij’. Wat blijft is het Absoute Zijn: dat is de natuurlijke staat (sahaja).”

Hoe vaak heb ik niet gedacht ‘Wat een slomerik, dat hij de straatkrant verkoopt.’ of ‘Kan hij zijn spullen niet opruimen, de luiaard.’ of ‘Kijk eens hoe je je kleed, ben je helemaal gek.’ Ik blijk allemaal meningen te hebben; vooral wanneer er een fysieke afstand tussen de ander en mij is; anders gezegd wanneer de ander op dat moment niet aanwezig is.
Ik vind het dan telkens weer verrassend dat als ik tegenover iemand sta en dat ik dan gewoon luister. Mijn mening valt in dat louter luisteren helemaal weg. Er is dan geen label meer van slomerik, luiaard of gek; er is geen verschil meer tussen de ander en mij.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.141.

Vers 13

Ramana Maharshi*:
Het Zelf, Bewustzijn, is de enige Werkelijkheid. Kennis van veelvuldigheid is onwetendheid. Toch kan ook dit, deze onwetendheid, niet zonder het Zelf bestaan, dat immers Kennen en Werkelijkheid is – net zoals de veelvormige gouden sieraden op zich niet werkelijk zijn, aangezien ze niet kunnen bestaan zonder hun grondstof goud.”

Het is weer de jaarlijkse vogeltjes tellen in de tuin. Ik doe niet mee, want hoewel ik vaak met mijn verrekijker naar vogels kijk weet ik eigenlijk nooit hun naam en kan ik ze ook niet goed uit elkaar houden. Ik vind het gewoon leuk om naar vogels te kijken.
Zo is het ook in mijn dagelijks leven. Het overgrote deel van wat er op mijn pad komt ken ik niet; zie ik ook niet werkelijk. Of het nu mensen, dieren, bomen of andere objecten zijn, het reilt en zeilt en ze zijn voor mij onbekend, hebben voor mij geen naam. Toch ga ik als het ware flierefluitend door het leven zonder over iets te vallen en tegen iets aan te botsen. Ik ben ook niet hulpeloos in en met het leven; het lijkt vanzelf te gaan.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.141.

Vers 12

Ramana Maharshi*:
“Kennen is alleen werkelijk Kennen als het niet het kennen van objecten is, noch onwetendheid (zoals in de diepe slaap). Object-kennis, het kennen van iets anders dan jezelf, is geen echte kennis. Daar het Zelf vanuit zichzelf stralend is en niets anders heeft te kennen noch door iets anders gekend kan worden, is het louter Kennen, en niets anders.”

Ik fiets door de straat en er gebeurt van alles; mensen wandelen, fietsen of rijden auto of een scootmobiel. Ik zie het allemaal en ook weer niet, omdat ik in gedachten verzonken ben. Soms komt een vreemd scootmobiel voorbij en kijk ik wat voor model het is. Ik weet niet wat voor model het is en geef het zelf maar een naam ’n soort Fiat Punto.
Het maakt voor wat er gebeurt tijdens de fietstocht niets uit of ik bijvoorbeeld de naam van de scootmobiel ken en voor mijzelf ook niet. Het fietsen gaat vanzelf, daar heb ik ook geen weet van.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.140.

Vers 11

Ramana Maharshi*:
“Is het geen onwetendheid, alles te kennen behalve zichzelf, de ‘Kenner’, het Kennen zelf? Zodra het Zelf gekend wordt, de grondstof van zowel kennis als onwetendheid, verdwijnen kennis en onwetendheid.”

Ik heb jarenlang managementtrainingen georganiseerd. Deze trainingen bestonden uit diverse onderdelen; zoals managementtype-testen, communicatie, samenwerken en soms functionele onderwerpen als marketing of balansen lezen. Telkens wanneer ik zo’n training opende zei ik tegen de deelnemers: ‘Als je leiding geeft aan mensen dan dien je de mens te kennen, te beginnen bij jezelf. Ontdek wie je bent en dan krijg je handvatten om leiding te geven aan je medewerkers.’
Het mooiste compliment wat ik jaren later kreeg van een ex-deelnemer was: ‘Leidinggeven is heel eenvoudig. Ik hoef geen leiding te geven aan mijn medewerkers, maar hoef alleen te kijken wat nodig is en een vraag te stellen.’

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.140.

Vers 10

Ramana Maharshi*:
“Gewone kennis gaat altijd vergezeld van onwetendheid, en onwetendheid kan ook niet los van deze kennis bestaan. Het enige werkelijke Kennen is datgene waardoor het Zelf gekend wordt; dit wordt duidelijk door te onderzoeken aan wie zowel kennis als onwetendheid zich voordoet.”

Ik ging een paar jaar geleden op vakantie naar Zweden. Ik wist waar dat lag en wat de hoofdstad was. Ook dat er veel meren en naaldbossen zijn. Dat was het enige. Eigenlijk wist ik het meeste dus niet, maar ik wilde het een keer gezien hebben. Uiteindelijk ontdekte ik de meren en naaldbossen. Vooral de zeer vele kleine meren en daaromheen kilometers bossen. Nu wist ik het echt; eentonigheid ten top, hoewel elk meertje anders en onbekend voor mij was leken alle meertjes op elkaar.
Natuurlijk was dat niet zomaar. Ik had een bepaald beeld van de meertjes in mijn geest gemaakt en daar voldeden alle meertjes aan. Eigenlijk keek ik na het zoveelste meertje niet meer naar het meertje, maar plaatste het onmiddellijk in dat kader. Een soort geestelijke opslagplaats van indrukken, waardoor ik naast de werkelijkheid keek.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.140.

Vers 9

Ramana Maharshi*:
“Alle paren van tegenstellingen en alle drievuldigheden, zoals ziener, zien en geziene, kunnen alleen bestaan dankzij het Ene. Zij vallen weg zodra je in jezelf die Ene Werkelijkheid ziet.
Degenen die dit ervaren weten wat werkelijk is – zij kennen geen twijfel.”

Het is onvoorstelbaar hoeveel fotografen er zijn en die ook nog allemaal andere situaties fotograferen. De een maakt modefoto’s of oorlogstaferelen, de ander straatgezichten van mensen in armoedewijken of luxe huizen en weer een ander van bloemen in hun volle pracht of juist van afval. De fotografen en ook de schilders maken niet alleen afbeeldingen van mooie taferelen, maar hebben ook het ‘verval’ of het ‘lelijke’ in hun kunstwerken gebruikt.
Ik moet eerlijk bekennen dat het voor mij ook steeds moeilijker wordt om iets af te wijzen omdat het zo lelijk zou zijn. Soms ga ik helemaal uit mijn bol van een paar grassprieten of een schaal met lege eierdopjes. Ik weet niet wat het is, het lijkt of elk oordeel of iets mooi of lelijk is op zo’n moment afwezig is en lijk ik op te gaan in het stil genieten.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.139

Vers 8

Ramana Maharshi*:
“Met welke naam en in welke vorm de Absolute Werkelijkheid ook wordt vereerd, het zijn allemaal slechts middelen om het Volmaakte Zijn, dat zonder naam of vorm is, te verwezenlijken. Werkelijke verwezenlijking is er alleen wanneer je jezelf kent als die Werkelijkheid – wanneer je er volledig mee versmolten bent
.”

Sinds een aantal jaren hebben wij een kerstgroep van houten figuren. Tijdens een vakantie in de Harz in Duitsland kwamen we toevallig terecht in een winkel met houtsnijwerk van een familie die al 300 jaar figuren uit hout sneed. We zochten voor onze gipsen heilige familie een bijpassende engel met zo’n bannier ‘In excelsior Deo’. Uiteindelijk hebben we de gipsen beeldjes weg gedaan en in de loop der jaren steeds meer houten kerstfiguurtjes gekocht.
Telkens wanneer ik naar een dergelijk figuurtje kijk zie ik 300 jaar vakmanschap in de details en kleurgebruik en word ik overdonderd door de schoonheid, die ik zelfs niet kan beschrijven.
Alleen al het zien van de houten kerstfiguurtjes maakt mij bescheiden en stil, waardoor zelfs ik er niet meer ben.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.139.

Vers 7

Ramana Maharshi*:
“Hoewel de wereld en het waarnemen ervan samen verrijzen en samen verdwijnen, is het uitsluitend door het waarnemen dat de wereld verrijst. De bron waaruit de wereld en het waarnemen ervan beide verrijzen en waarin ze weer verdwijnen, is de Volmaakte Werkelijkheid, die zonder begin en zonder einde stralend is.”

Ik was laatst tijdens de jaarlijkse Uitmarkt in Amsterdam naar een repetitie van harpiste Lavinia Meijer en pianist Michiel Borstlap in het Concertgebouw. Ik ben niet zo’n liefhebber van klassieke muziek, omdat ik mij gauw verveel in de kakofonie van geluiden. Dit keer was het anders.
Onverwachts luisterde ik, zonder dat ik dat van te voren bedacht had, naar de stiltes die aan de noten voorafgingen. De noten zelf waren helderder en geen kakofonische aaneenschakeling meer. Ik kon nu mede door de stilte genieten van het spel.
Ik begreep ook dat musici soms na hun laatste noot in stilte blijven wachten voor ze opstaan om het applaus van het publiek in ontvangst te nemen. Deze stilte is onderdeel van een muziekstuk; zonder die stilte is er een kakofonie van geluid.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.138/9.

Vers 6

Ramana Maharshi*:
“ De wereld is iets anders dan een belichaming van objecten der vijf zintuigen. Dat wat door middel van de zintuigen de wereld waarneemt is uitsluitend het denkvermogen – de wereld is dus niets anders dan het denken. Want kan er zonder het denken een wereld zijn?”

Mijn oren, huid, ogen, tong, en neus zijn als het ware mijn voelsprieten in het leven. Wat mij is opgevallen is dat het lijkt alsof ik slapend door het leven ga en weinig waarneem van wat er zoal gebeurt in mijn leven. Zo moet ik soms plotseling remmen omdat ik de auto van rechts niet heb gezien, of stoot ik een glas op het aanrecht om omdat ik ondertussen denk aan de heerlijke koffie uit de koffiepot die ik in mijn handen heb.
Het onverwachts remmen en het omvallen van het glas maakten mij wakker en lieten mij beseffen dat ik er ook ben, zonder dat ik waarnam wat er gebeurt of daar weet van heb.
Hoewel het leven elk moment plaatsvindt, bestaat deze pas voor mij wanneer mijn geest wakker is.
Om dit slapend-door-het-leven-gaan te vermijden ging ik me met aandacht richten op het werk dat voor mij lag. Zo ontdekte ik onverwachts dat mijn handen gewoon de afwas deden, zonder dat ik mijn vingers instrueerde hoe dat te doen. Het was louter afwassen. Ik hoefde het niet te benoemen of er over te oordelen; het werk gebeurde vanzelf.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.138.

Vers 5

Ramana Maharshi*:
“ ‘Het lichaam’ is een term voor het geheel van de vijf omhulsels, gradaties van verfijning van lichaam, denken en voelen. Als dit lichaam er niet zou zijn, kan de wereld dan bestaan? Heeft ooit iemand zonder de wereld dan bestaan? Heeft ooit iemand zonder lichaam een wereld gezien?”

YouTube en TV besteden veel aandacht aan het lichaam en de verzorging en opmaak daarvan. En wat te denken van al die emotie-TV of emotionele uitspraken op Facebook.
Je gaat denken dat je dat lichaam moet zijn en vooral je emotionele kant moet laten zien, want anders lijk je niet mee te tellen of te bestaan. Er is niets mis mee met deze cosmetische emotionele wereld, maar geeft dít alleen zin aan ons leven?
Ik heb nu voor de derde keer uitzaaiingen in mijn lichaam. Overdag ben ik er in mijn gedachten af en toe mee bezig en kom dan tot het besef dat ik meer ben dan het lichaam en mijn gedachten. Door mijn gedachten te laten voor wat ze zijn, geniet ik meer van het leven en ben ik me meer gewaar van de kleine dingen. Ik hoor en zie meer in het leven, zonder dat ik mij daar specifiek op richt.

* uit: Ramana Upanishad, samengesteld en vertaald door P. Renard, uitg. Servire, 1999, ISBN 90 7668 101 5, pag.138.