Let it be

Eigenlijk wil je behouden wat je hebt of kent. Laatst kwam er onverwachts een vriend langs die ik al in een eeuwigheid niet had gezien, wel af en toe telefonisch gesproken. Ik was blij hem weer eens te zien. We dronken wat, wisselden ervaringen en nieuwtjes uit. Na drie uur had ik er wel genoeg van en hoopte dat hij weer weg zou gaan, mijn blijdschap was omgeslagen in ongemak. Zo iets als ‘Was sich liebt das neckt sich.’

Het lijkt of dingen twee kanten hebben waaarbij soms de ene kant dan weer de andere de overhand heeft. Zoals enerzijds de angst om de oude bekende baan  te verliezen en anderzijds de hoop dat een baan met nieuwe uitdagingen langs komt. Je bent gepikeerd omdat een collega te laat komt bij een vergadering, maar je vindt het heel normaal als jezelf te laat komt op een afspraak.

We vergeten dat die gedachten spontaan oprijzen en ook weer verdwijnen en meestal maar heel even in de geest verschijnen. Dat deze gedachten werkelijk gebeuren of uitkomen op het moment en de plats dat wij dat zouden willen hebben we niet in de hand. Dingen gebeuren of gebeuren niet, los van het feit  of we ze kunnen controleren. Ik zou zeggen ‘Let it be.’

Is dit nu alles?

Ik ben een buitenlander, een onderwijskundige, een vrouw, elektricien, een resultaatgerichte CEO.

Wat een mens niet allemaal bedenkt wat hij is of zou willen zijn. Overigens denkt hij dat maar af en toe op een dag, niet de gehele dag. Blijkbaar is dit heel belangrijk voor ons, welke identiteit wij denken te hebben. We lenen er een status aan of bijbehorend gedrag.

Het lijkt ons vrijheid van handelen te geven, een zekerheid over wie of wat we zijn, zelfs een soort bescherming in de zin dat we volledig geloven dat we op die identiteit aangesproken kunnen worden door anderen. Dergelijke gedachten komen op onwillekeurige momenten op. Is dit nu alles? We leven  de hele dag zonder dat we aan onze zogenaamde identiteit denken. Zou het niet veel makkelijker zijn om gewoon te zijn, het leven te zien en onze identiteit te laten voor wat die is namelijk een gedachte die ons uit het alledaagse spontane leven haalt.

Het heeft geen naam

Op een keer liep ik over een binnenplein en zag twee mannen in het zwart met drie opengeslagen pizzadozen, waarin nog een paar pizzapunten, zitten.  Waar zijn de anderen of zouden ze zelf de drie pizza’s willen opeten.
O, vijftien meter verderop zitten vier vrouwen in het zwart rond een  monitor, van een vrouw zijn alleen de ogen onbedekt.
De mannen  en vrouwen lijken bij elkaar te horen. Zouden het orthodoxe moslims zijn waarbij mannen en vrouwen over het algemeen niet bij elkaar in een ruimte zitten of bij elkaar aan een tafel zitten?

Ik beschrijf eerst het tafereel in de geest en benoem je de verschillende mensen en typeer ze. Zo gaat het nu elke keer in mijn geest. De geest benoemt, maakt onderscheid of oordeelt, ‘het zijn moslims’ en nog wel ‘orthodoxe moslims’, terwijl ik daar rondloop en niets met hen of de situatie van doen heb.

Zo is  er een heel verhaal in mijn geest dat begint met de dingen te benoemen of te beschrijven. Als journalist die schrijft over culturen zou dit nog interessant kunnen zijn.
Hoe vaak gebeurt dit denken niet? Eigenlijk hoeft dit  denken helemaal niet en is het waarnemen zelf van zo’n tafereel zonder het een naam te geven, etiketten te plakken of te oordelen voldoende. Je bent aanwezig in een toevallig gebeuren en dat is het. Mijn geest gaat meestal door, terwijl de situatie al lang achter me is.

Ik doe het wel even

Ik doe. Is dat wel zo?
Wie of wat is dan die ik? Wat doet  is ons lichaam.  Ook het  denken vindt plaats in het lichaam.
Wie doet wordt bepaald door de betekenis die we aan ik geven in de geest. Bijvoorbeeld  ‘Anneke schildert, is schilder’, ‘ Ma of pa doet het huishouden, is huisvrouw/man’  of ‘Jan loopt in zeven sloten  tegelijk, is een chaotisch persoon’. Zo zijn we voortdurend bezig in de geest om etiketten op mensen te plakken en daarmee ook een betekenis daar aan toe te kennen. Maar ja, het doen of handeling zelf is dat niet; wel de naam of etiket die we aan het doen geven.

Doen is een activiteit van het lichaam, dat altijd in een situatie is; of het nu slapen, lopen of appen is. Dan is de vraag kun jij die vingers wel aansturen die aan het appen zijn. Ik denk het niet, dat is net zo iets als bewust traplopen, waarbij je juist de kans loopt van de trap te vallen. Je vingers gaan zo vlug over het toetsenbordje van je telefoon dat je de vingers zelfs geen instructie kunt  geven; zeker niet de afzonderlijke spiertjes in die vingers. En toch gebeurt het allemaal. Als je het ziet dan weet je dat je niets doet en dat het toch allemaal plaats vindt.

Bezint eer ge begint

Is bezinnen bijvoorbeeld naar een klooster gaan of even nadenken voor  je iets doet? Dat  zou dan inhouden  dat je vooraf kunt bedenken hoe  situaties  of handelingen zullen lopen. Natuurlijk kun je er een  voorstelling van hebben in je geest.

Mijn ervaring is dat het toch vaak anders loopt dan je denkt; misschien niet helemaal  maar toch anders. Eigenlijk logisch want je bent nog niet in die situatie of  dat ene moment in  die situatie. Een bekent voorbeeld is een sollicitatiegesprek, waarin je o.a. een jaar werkeloosheid  wilt verdoezelen. Of een uit-de-kast-gesprek met je ouders, dat je als zoon op jongens valt. Een iets eenvoudiger voorbeeld is koken van een nieuw recept, waarbij je bepaalde ingrediënten nog nooit gebruikt hebt.

We vergeten vaak dat we alleen maar in een situatie hoeven te stappen of een handeling te  beginnen en dat dan pas dat  ‘moeilijke’ moment kan komen. We hebben geen  vertrouwen dat de oplossing in dat moment vanzelf oprijst. Er wordt niet gevraagd naar het jaar werkloosheid of de nieuwe werkgever vindt het fantastisch dat je een wereldreis  van een jaar hebt gemaakt.
Je ouders wisten het al dat je op jongens viel, ondanks dat zij het moeilijk vinden houden ze nog van je.
Je kon het ingrediënt nergens kopen en kon het dus niet gebruiken, toch smaakte het fantastisch.

Heeft het wel zin je vooraf te bezinnen en allerlei gedachten op je hals te halen en onrust toe te laten, terwijl het leven anders loopt dan je ooit zou kunnen bedenken. Ben er gewoon en zie maar!

Geluk zit in een klein hoekje.

Als je het zelf voor het zeggen zou hebben, dan zou je altijd gelukkig zijn. En toch gebeurt dat niet. Vreemd eigenlijk.

Soms staat het water niet tot aan je lippen, maar zelfs boven je lippen, omdat de dingen niet gaan zoals je verwacht. Het is uitgegaan met je vriendin en bent het huis uitgezet. Je zwerft rond en  slaapt dan hier en dan daar. Zelfs werken valt niet mee. Eigenlijk zie je het helemaal niet zitten en weet je je geen raad. Je hebt je je nog nooit zo ongelukkig gevoeld.

Je wilt gelukkig zijn en ziet vooral dat je ongelukkig bent. Ben je wel de hele dag ongelukkig of de hele dag gelukkig? Meestal niet, want in feite doen zich deze momenten van ongeluk en geluk maar heel even in je dagelijks leven voor. En toch overheerst het gelukkig of ongelukkig zijn je leven.
Geluk en ongeluk zijn niet los van elkaar te zien. Als je je gelukkig voelt dan wil je dit behouden en denk je er vooral aan om niet ongelukkig te worden. Voel je je ongelukkig dan wil je vooral gelukkig worden. Het geluk roept als het ware ongeluk op en vice versa.

Staat het water ‘van ongelukkig zijn’ boven je lippen dan is dat een teken dat het ongeluk tot zijn einde loopt, hoewel je dat niet zo voelt; met andere woorden het geluk klopt op de deur, maar je ziet het niet.
De kunst is te zijn in alle sores en handelingen en alleen de dingen en handelingen louter waar te nemen.