Ken Uzelve

‘Ken Uzelve’ is een mooie uitspraak die door vele filosofen en wijzen wordt gebruikt. Zij geven meestal cryptische aanwijzingen waar je meerdere kanten mee op kunt en toch intrigeert mij deze spreuk. Zelf heb ik hem ook vaak gebruikt. Achteraf kan ik zeggen dat dit wel mooi en wijs klonk, maar wat het voor mij betekende wist ik eigenlijk niet. Het was makkelijk om dit te zeggen, als deelnemer aan een week zelfontwikkeling leek ik door zo’n uitspaak een hele filosofische piet. Een hele piet zonder diepere kennis van zaken, maar of de anderen dat door hadden?

In de loop der jaren is er wat licht op deze uitspraken gekomen; voornamelijk op het deel ‘Uzelve’.
Aanvankelijk dacht ik dat ‘Uzelve’ kennis was over iets in mijzelf wat ik nog niet kende. Door jarenlange innerlijke waarnemen van mijn denken, gevoelens of emoties ontdekte ik dat ik ze wel heb, maar ze niet ben. Een waarnemen dat onbeperkt, tijdloos, zonder ruimte en focus is, waarin je niet meer kunt spreken van een ‘Zelf’.

Dit was nog niet alles. Ook de objecten die ik tijdens het grasmaaien, wandelen, afwassen, letterhakken etc. waarnam leken niet afzonderlijk te bestaan en een te zijn met de omgeving, zoals een golf in de oceaan. Ze bestonden hooguit als een afspiegeling in mijn gedachten. Langzamerhand ontstond het inzicht dat zowel binnen als buiten mij een alles zijnde leegte is, die soms gedachten kunnen oproepen maar die niet de werkelijkheid zijn en waarin mijn waarnemen en ik als waarnemer oplost en de gedachte van ‘Zelf’ wegvalt.

Twee wijzen

Twee oude wijzen, Isa en Abu zaten op een bankje in de heerlijke middagzon te genieten van hun munt thee. Isa vroeg aan Abu ‘Wat heeft het leven jou gebracht?’ Abu antwoordde: ‘Als ik eerlijk ben, is het uiteindelijk het inzicht dat het gaat zoals het gaat.’ Isa keek verbaasd en zei: ‘Dat had ik niet verwacht van iemand die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat werkt.’ ‘Ach, ’zei Abu, ‘ik verfde bijvoorbeeld een keer een muur en toen liet de kalklaag los die ik eerst weg moest halen om te kunnen verven. Onder deze laag zat een eeuwenoude muurschildering, waarvan het in originele staat terugbrengen veel geld kostte. Na jaren werd er aangebeld en wilde iemand, juist vanwege die muurschildering, mijn huis kopen voor veel meer geld dan ik van tevoren gedacht had. Zo ontdekte ik uiteindelijk tijdens het werken dat er niets voor niets gebeurt of het nu mislukking of succes betreft.’

Regen

Het regent al dagenlang. Door het raam van mijn slaapkamer zie ik de regendruppels naar beneden vallen. Het doet me wat. Misschien komt dat door de regelmaat waarmee de druppels vallen. Ze vallen naar beneden tegen een lichtblauwe lucht als een fijn lintgordijn waar geen einde aan lijkt te komen.
Uiteindelijk zie ik de druppels op het asfalt vallen en weer uit elkaar vallend omhoog spetteren. Het is vanachter mijn raam een onhoorbaar schouwspel van de natuur.
Ik vraag me af wat me zo roert. In ieder geval is er de stilte en ga ik op in het alleen maar kijken naar de doorzichtige druppels. Ik heb er geen woorden voor. Ik ben mij niet meer bewust van mijzelf en blijft slechts in verwondering kijken.

 

Vrienden

Hans en Egbert, twee vrienden, maken een wandeling in het bos en ze zien een paar jonge hertjes door het struikgewas lopen. Hans vraagt aan Egbert: ‘Wat voor dier zou jij willen zijn?’ ‘Volgens de horoscoop ben ik een leeuw, maar dat is niet het dier dat ik zou willen zijn. Een koe lijkt mij een mooi dier.’ antwoord Egbert. ‘Bedoel je zo’n koe die het hele jaar op stal staat en door een melkrobot automatisch wordt gemolken en tegelijkertijd zijn afgemeten eten krijgt?’, vraagt Hans. ‘Nee, meer een koe die lekker stil in de wei ligt te herkauwen en het groene gras klein houdt’, legt Egbert uit. Ad-rem reageert Hans, ‘Meer een filosoof op een gazonnetje dan een harde werker die wordt uitgemolken tot op het bot?’

Mediteren

Begin jaren tachtig heb ik leren mediteren. Het serene en het in zekere zin geheimzinnige ritueel vond gespreid plaats in diverse kamers. Meditatie was toendertijd bijzonder en gebeurde zeker niet op grote schaal.
In de eerste kamer leverde ik de meegebrachte offergaven in, zoals een zijden zakdoek, een bloem en fruit. In de tweede kamer kreeg ik instructie over de initiatie. Vervolgens werd ik geïnitieerd en ontving ik de mantra van een voor mij onbekende Engelsman. In de laatste kamer mediteerde ik voor het eerst. Er was iemand bij aanwezig waarmee ik de meditatie na afloop besprak.

Stilzwijgend werd er vanuit gegaan dat je de mantra met niemand deelde, want het was iets heiligs. Je wist ook niet of je een persoonlijke mantra had of een groepsmantra.
Later vernam ik dat ook een andere spirituele groep dezelfde mantra gebruikte. Toen ik jaren later voor het graf van Gandhi in New Delhi stond zag ik er de drie letters van de mantra pontificaal op staan. Het bijzondere ervan begon voor mij toen te verdwijnen. Dat werd nog versterkt toen ik bij de ingang van de grot van Vasistha zag hoe een Indiaas meisje in de openlucht door een swami hardop werd geïnitieerd.
Uiteindelijk is voor mij de mantra een samengestelde klank van drie letters die ik alleen in mijzelf hoef waar te nemen. Een klank die ik volg tot in de stilte, waarin de mantra en ik uiteindelijk afwezig zijn.

Twee mollen

De twee mollen Diederik en Sari hebben afgelopen nacht tien molshopen gemaakt op het strakke gazon van de familie Jansen. Het naar buiten duwen van de aarde uit de ellenlange gangen was nog het minste van het graven. ‘En dat allemaal in het pikkedonker en in stilte’, zegt Diederik. ‘Ik hoorde alleen het schrapen van mijn nagels in de aarde’, antwoordt Sari. ‘Soms was het zo stil dat ik zelfs mijn hart hoorde‘, zegt Diederik daarop. ‘Heb je vanochtend de familie Jansen op het gazon zien zitten. Ik geloof dat ze mediteerden’, merkt Sari op. ‘O, ja. Wat is dat mediteren’, vraagt Diederik. ‘Gewoon op een stoel zitten, je ogen dicht en dan letten op het in- en uitademen.’, antwoordt Sari. ‘Daar heb ik geen stoel voor nodig. Als ik zie hoe ik aan het graven ben dan ben ik ook aan het mediteren.’, merkt Diederik glimlachend op.

Geplaatst in Wat

Onderzoeken

‘Leer en onderzoek’ werd mij ooit verteld op een cursus praktische filosofie. Dat heeft mij altijd geïntrigeerd; vooral het praktisch onderzoeken van dagelijkse handelingen. Hoe mooi iemand anders ook over zijn kennis kan vertellen, het blijft zijn kennis en niet mijn kennis of inzicht.

In de Bagavad Gita of Upanishads staan uitspraken die mij inspireerden om ze in de praktijk van alle dag te onderzoeken. Mijn eigen waarnemingen vormden de basis van dat onderzoeken. Het waarnemen haalde mij uit het denken over het werk.

Door het waarnemen besef ik steeds meer dat ikzelf onderdeel van het werk ben dat plaatsvindt, of dat nu schoffelen, ramen lappen, afwassen of verven van een deur is. Ik zie hoe mijn handen bij het afdrogen de vaatdoek vasthouden alsof het iemand anders is of liever gezegd een neutrale gebeurtenis is. Ik besef dat de uitspraak in de Isa Upanishad ‘Dat is volmaakt, dit is volmaakt’ werkelijk zo is. De vaatdoek en ook mijn handen zijn volmaakt in de zin dat ik ze louter waarneem en er verder geen mening of oordeel over heb; er zelfs geen woorden voor heb. Ik besef dat ik aanwezig ben in dit spel. Wat is het echter dat dit allemaal ziet?

Twee wetenschappers

Een celbioloog en een astronoom zitten in hun koffiepauze gezellig te kletsen over wat ze die ochtend onderzocht hebben. ‘Het is me wat’, zegt de bioloog, ‘om de hele ochtend door een microscoop te kijken naar de cellen van een grasspriet. De hele tijd turen om iets nieuws in die cellen te ontdekken. Tot nu toe zie ik vooral kleine gekleurde stipjes’. ‘Ook toevallig’, zegt de astronoom, ‘ik heb ook de hele tijd gekleurde vlekjes in het universum gezien’.
Gevat merkt de bioloog op: ‘Dan kunnen we net zo goed van instrument wisselen’.

Geplaatst in Wat

Commentaar

Hoe vaak leveren we niet op een dag commentaar op wat we op televisie, radio, facebook horen en zien. Of wat we horen in een gesprek of vergadering.
Bij mij werkt het in ieder geval zo dat als ik iets hoor er onmiddellijk commentaar is in mijn hoofd/geest dat zegt dat het anders zit of dat er iets vergeten wordt in een redenering. Het lijkt alsof er voortdurend een soort antenne aanstaat die meteen reageert met een tegenovergestelde bewering of een aanvulling. Misschien niet zo verwonderlijk omdat ieder mens vanuit zijn eigen geschiedenis, kennis en perspectief naar de wereld kijkt.
Dit geldt zowel voor problemen als oplossingen; beide worden door mij van commentaar voorzien. Ik merk dat ik het niet kan laten en het gebeurt voordat ik het in de gaten heb. Als ik eerlijk ben, luister ik maar half naar de ander en ben ik ondertussen in mijn geest bezig een reactie te formuleren. Het punt is in dat soort gesprekken of bijeenkomsten niet zozeer of ik gelijk heb, wat soms zeker zo is, maar dat ik gezien wil worden of beter gezegd een zinvolle bijdrage wil leveren, zonder te beseffen dat de gedachten en uitgesproken woorden niet door mij bedacht zijn, maar in mij oprijzen. Zou het dan ook niet zo kunnen zijn, dat de woorden bij de ander ook oprijzen, zonder dat deze ze bedenkt?

Muizen

Een groepje muizen hadden een huis bezet dat ’s winters vaak leegstond. Ze glipten door de kleinste gaatjes om zo in de voorraadkasten te komen. En als daar niet genoeg was dan maakten ze gaten in de plastic bakken waar de heerlijkste etenswaren in zaten, zoals meel, koekjes, rijst of hagelslag. Ze aten tot hun buikjes gevuld waren en namen nog wat mee terug in hun holletje. Af en toe sneuvelde er een muisje, omdat hij een stukje kaas at in een muizenklem. Zegt één van de muisjes: ‘Het is hier een paradijs met al dat eten.’ Zegt een ander muisje: ‘Ja, en soms breek je je nek over al dat voedsel.’ Zegt het ene muisje terug: ‘Het is doodeenvoudig. Hoogmoed komt voor de val en hebzucht kan je nekken.’

Geplaatst in Wat

Geloven

Ik ben katholiek gedoopt, maar al sinds mijn pubertijd niet meer praktiserend. Ik kom nog wel in kerken om ze te bezichtigen en soms even te genieten van de stilte. Ik heb nog jaren de gedachte gekoesterd dat het katholicisme de betere geloofsovertuiging was dan al die andere christelijke overtuigingen, zoals doopsgezinden, hervormden of pinkstergemeente.
Vreemd dat ik dat bleef denken, terwijl al die geloven gebaseerd zijn op dezelfde wereld. Een wereld die regionale verschillen kent, waardoor ook andere geloven zich hebben kunnen ontwikkelen, zoals hindoeïsme, boeddhisme, Jodendom, islam en al die andere overtuigingen. Blijkbaar heeft de mens behoefte om zelf betekenis of zin te geven aan zijn wereld en ontwikkelt zo een traditie van geschriften en rituelen. Vaak krijgt zo’n traditie weer meerdere stromingen. De ene stroming zoekt het in een praktische invulling en de ander houdt meer van studie. Boeiend om dezelfde wereld vanuit meerdere tradities te beschouwen, terwijl er slechts een wereld en een universum is. Zijn er werkelijk verschillen en wie heeft er gelijk? Of zijn dit slechts overtuigingen in de geest die het genieten van het volle leven in de weg staan?

Twee geestelijken

Een dominee en pastoor zijn op studiereis in India en liggen samen op een kamer in een ashram in New Delhi. Ze zijn beide enthousiast over wat ze die dag hebben meegemaakt tijdens hun bezoek aan een hindoetempel. De verering van Krishna die door de mensen zo emotioneel beleeft wordt tijdens een vuuroffer aan de oevers van de Ganges. Zegt de pastoor: ‘Zo moet het bij ons in Europa ook decennia geleden zijn geweest; zoveel innerlijke beleving.’ Zegt de dominee: ‘Je bedoelt zeker uiterlijke beleving met veel pracht en praal.’ De pastoor niet op zijn mondje gevallen antwoord: ‘Zo van binnen, zo van buiten.’

Geplaatst in Wat