Over admin

Andreas is een onderwijskundige; gespecialiseerd in Learning Design voor met name Management en Professional Development

Mediteren

Begin jaren tachtig heb ik leren mediteren. Het serene en het in zekere zin geheimzinnige ritueel vond gespreid plaats in diverse kamers. Meditatie was toendertijd bijzonder en gebeurde zeker niet op grote schaal.
In de eerste kamer leverde ik de meegebrachte offergaven in, zoals een zijden zakdoek, een bloem en fruit. In de tweede kamer kreeg ik instructie over de initiatie. Vervolgens werd ik geïnitieerd en ontving ik de mantra van een voor mij onbekende Engelsman. In de laatste kamer mediteerde ik voor het eerst. Er was iemand bij aanwezig waarmee ik de meditatie na afloop besprak.

Stilzwijgend werd er vanuit gegaan dat je de mantra met niemand deelde, want het was iets heiligs. Je wist ook niet of je een persoonlijke mantra had of een groepsmantra.
Later vernam ik dat ook een andere spirituele groep dezelfde mantra gebruikte. Toen ik jaren later voor het graf van Gandhi in New Delhi stond zag ik er de drie letters van de mantra pontificaal op staan. Het bijzondere ervan begon voor mij toen te verdwijnen. Dat werd nog versterkt toen ik bij de ingang van de grot van Vasistha zag hoe een Indiaas meisje in de openlucht door een swami hardop werd geïnitieerd.
Uiteindelijk is voor mij de mantra een samengestelde klank van drie letters die ik alleen in mijzelf hoef waar te nemen. Een klank die ik volg tot in de stilte, waarin de mantra en ik uiteindelijk afwezig zijn.

Twee mollen

De twee mollen Diederik en Sari hebben afgelopen nacht tien molshopen gemaakt op het strakke gazon van de familie Jansen. Het naar buiten duwen van de aarde uit de ellenlange gangen was nog het minste van het graven. ‘En dat allemaal in het pikkedonker en in stilte’, zegt Diederik. ‘Ik hoorde alleen het schrapen van mijn nagels in de aarde’, antwoordt Sari. ‘Soms was het zo stil dat ik zelfs mijn hart hoorde‘, zegt Diederik daarop. ‘Heb je vanochtend de familie Jansen op het gazon zien zitten. Ik geloof dat ze mediteerden’, merkt Sari op. ‘O, ja. Wat is dat mediteren’, vraagt Diederik. ‘Gewoon op een stoel zitten, je ogen dicht en dan letten op het in- en uitademen.’, antwoordt Sari. ‘Daar heb ik geen stoel voor nodig. Als ik zie hoe ik aan het graven ben dan ben ik ook aan het mediteren.’, merkt Diederik glimlachend op.

Geplaatst in Wat

Onderzoeken

‘Leer en onderzoek’ werd mij ooit verteld op een cursus praktische filosofie. Dat heeft mij altijd geïntrigeerd; vooral het praktisch onderzoeken van dagelijkse handelingen. Hoe mooi iemand anders ook over zijn kennis kan vertellen, het blijft zijn kennis en niet mijn kennis of inzicht.

In de Bagavad Gita of Upanishads staan uitspraken die mij inspireerden om ze in de praktijk van alle dag te onderzoeken. Mijn eigen waarnemingen vormden de basis van dat onderzoeken. Het waarnemen haalde mij uit het denken over het werk.

Door het waarnemen besef ik steeds meer dat ikzelf onderdeel van het werk ben dat plaatsvindt, of dat nu schoffelen, ramen lappen, afwassen of verven van een deur is. Ik zie hoe mijn handen bij het afdrogen de vaatdoek vasthouden alsof het iemand anders is of liever gezegd een neutrale gebeurtenis is. Ik besef dat de uitspraak in de Isa Upanishad ‘Dat is volmaakt, dit is volmaakt’ werkelijk zo is. De vaatdoek en ook mijn handen zijn volmaakt in de zin dat ik ze louter waarneem en er verder geen mening of oordeel over heb; er zelfs geen woorden voor heb. Ik besef dat ik aanwezig ben in dit spel. Wat is het echter dat dit allemaal ziet?

Twee wetenschappers

Een celbioloog en een astronoom zitten in hun koffiepauze gezellig te kletsen over wat ze die ochtend onderzocht hebben. ‘Het is me wat’, zegt de bioloog, ‘om de hele ochtend door een microscoop te kijken naar de cellen van een grasspriet. De hele tijd turen om iets nieuws in die cellen te ontdekken. Tot nu toe zie ik vooral kleine gekleurde stipjes’. ‘Ook toevallig’, zegt de astronoom, ‘ik heb ook de hele tijd gekleurde vlekjes in het universum gezien’.
Gevat merkt de bioloog op: ‘Dan kunnen we net zo goed van instrument wisselen’.

Geplaatst in Wat

Commentaar

Hoe vaak leveren we niet op een dag commentaar op wat we op televisie, radio, facebook horen en zien. Of wat we horen in een gesprek of vergadering.
Bij mij werkt het in ieder geval zo dat als ik iets hoor er onmiddellijk commentaar is in mijn hoofd/geest dat zegt dat het anders zit of dat er iets vergeten wordt in een redenering. Het lijkt alsof er voortdurend een soort antenne aanstaat die meteen reageert met een tegenovergestelde bewering of een aanvulling. Misschien niet zo verwonderlijk omdat ieder mens vanuit zijn eigen geschiedenis, kennis en perspectief naar de wereld kijkt.
Dit geldt zowel voor problemen als oplossingen; beide worden door mij van commentaar voorzien. Ik merk dat ik het niet kan laten en het gebeurt voordat ik het in de gaten heb. Als ik eerlijk ben, luister ik maar half naar de ander en ben ik ondertussen in mijn geest bezig een reactie te formuleren. Het punt is in dat soort gesprekken of bijeenkomsten niet zozeer of ik gelijk heb, wat soms zeker zo is, maar dat ik gezien wil worden of beter gezegd een zinvolle bijdrage wil leveren, zonder te beseffen dat de gedachten en uitgesproken woorden niet door mij bedacht zijn, maar in mij oprijzen. Zou het dan ook niet zo kunnen zijn, dat de woorden bij de ander ook oprijzen, zonder dat deze ze bedenkt?

Muizen

Een groepje muizen hadden een huis bezet dat ’s winters vaak leegstond. Ze glipten door de kleinste gaatjes om zo in de voorraadkasten te komen. En als daar niet genoeg was dan maakten ze gaten in de plastic bakken waar de heerlijkste etenswaren in zaten, zoals meel, koekjes, rijst of hagelslag. Ze aten tot hun buikjes gevuld waren en namen nog wat mee terug in hun holletje. Af en toe sneuvelde er een muisje, omdat hij een stukje kaas at in een muizenklem. Zegt één van de muisjes: ‘Het is hier een paradijs met al dat eten.’ Zegt een ander muisje: ‘Ja, en soms breek je je nek over al dat voedsel.’ Zegt het ene muisje terug: ‘Het is doodeenvoudig. Hoogmoed komt voor de val en hebzucht kan je nekken.’

Geplaatst in Wat

Geloven

Ik ben katholiek gedoopt, maar al sinds mijn pubertijd niet meer praktiserend. Ik kom nog wel in kerken om ze te bezichtigen en soms even te genieten van de stilte. Ik heb nog jaren de gedachte gekoesterd dat het katholicisme de betere geloofsovertuiging was dan al die andere christelijke overtuigingen, zoals doopsgezinden, hervormden of pinkstergemeente.
Vreemd dat ik dat bleef denken, terwijl al die geloven gebaseerd zijn op dezelfde wereld. Een wereld die regionale verschillen kent, waardoor ook andere geloven zich hebben kunnen ontwikkelen, zoals hindoeïsme, boeddhisme, Jodendom, islam en al die andere overtuigingen. Blijkbaar heeft de mens behoefte om zelf betekenis of zin te geven aan zijn wereld en ontwikkelt zo een traditie van geschriften en rituelen. Vaak krijgt zo’n traditie weer meerdere stromingen. De ene stroming zoekt het in een praktische invulling en de ander houdt meer van studie. Boeiend om dezelfde wereld vanuit meerdere tradities te beschouwen, terwijl er slechts een wereld en een universum is. Zijn er werkelijk verschillen en wie heeft er gelijk? Of zijn dit slechts overtuigingen in de geest die het genieten van het volle leven in de weg staan?

Twee geestelijken

Een dominee en pastoor zijn op studiereis in India en liggen samen op een kamer in een ashram in New Delhi. Ze zijn beide enthousiast over wat ze die dag hebben meegemaakt tijdens hun bezoek aan een hindoetempel. De verering van Krishna die door de mensen zo emotioneel beleeft wordt tijdens een vuuroffer aan de oevers van de Ganges. Zegt de pastoor: ‘Zo moet het bij ons in Europa ook decennia geleden zijn geweest; zoveel innerlijke beleving.’ Zegt de dominee: ‘Je bedoelt zeker uiterlijke beleving met veel pracht en praal.’ De pastoor niet op zijn mondje gevallen antwoord: ‘Zo van binnen, zo van buiten.’

Geplaatst in Wat

Denken

Denken; ik dacht het niet!

Wat heb ik allemaal niet gedacht. Soms voortkomend uit herinneringen, soms uit inspiratie, soms uit beide, zoals deze blog.
Ik lees soms de Bagavad Gita en dan komen er naar aanleiding van wat ik lees ook gedachten op. De gedachten, die komen in mij op en kan ik niet van tevoren bedenken.
Een voorbeeld is de tekst uit hoofdstuk 16 ‘Onderscheid tussen goddelijke en demonische guna’s’. Er staat in vers 1: Onbevreesdheid, een zuiver leven leiden, zich onafgebroken richten op wijsheid, gulheid, zelfbeheersing, bereidheid tot offers, regelmatige studie van de Schriften, strenge onthouding, openbaarheid. Opeens herinner ik me als ik het eerste woord lees dat iemand ooit gezegd heeft dat het een proces is dat met die woorden wordt aangegeven en dat als je ware kennis wilt opdoen, je onbevreesd oude kennis moet laten vallen en je geest moet zuiveren enz.

Soms zijn er gedachten die met ervaringen uit het verleden te maken hebben en soms stukjes uit teksten die ik heb gelezen en die ik dan met elkaar probeer te verbinden. Die gedachten zijn woorden die van binnen klinken of ze nu oudere kennis of ervaringen verwoorden of niet, ik bedenk dat niet van tevoren. Nee, het is een spontaan, niet beheersbaar gebeuren dat in mijn leven plaatsvindt. Feitelijk zeg ik dat ik niet kan denken en dat het denken zonder mijn toedoen of zonder dat ik dat kan doen plaatsvindt. Het denken is gewoon denken dat gebeurt. De vraag is wat is de bron van het denken dat gebeurt?

 

Leefwijze

Een wijze zat rustig op zijn ligstoel in de deuropening gesprekken te voeren met zijn leerlingen. Geduldig beantwoordde hij al hun vragen.
Een nieuwe leerling kwam voor hem staan en vertelde hem over zijn leven. Hoe hij genoot van zijn werk als diamantslijper, van zijn vrije tijd en dagelijkse meditatie. Ook genoot hij ontzettend van zijn appartement in het midden van New York vlakbij het Central Park, waar hij vaak hardliep. Uiteindelijk vroeg hij aan de wijze ‘Zoals u begrijpt, geniet ik met volle teugen van het leven. En waar geniet u van als wijze?’ De wijze antwoordde: ‘Van niets geniet ik’.

Geplaatst in Wat

Letterhakken

Ik weet niet waar het vandaan kwam, maar toen ik in de Universiteitsbibliotheek een alfabet in steen uitgehakt zag, raakte ik ontroerd. Ontroerd door de scherpe lijnen van zo’n uitgehakte letter. Het overdonderde me totaal.

Nu vele jaren later ben ik in de gelegenheid om zelf weer eens letters in een plaat Belgisch hardsteen uit te hakken. Ik had een mooie lay-out gevonden van de tekst ‘Go placidly amid the noise’ en had eindelijk voldoende tijd om er aan te beginnen. Het was spannend, want ik had minstens twintig jaar geen letters meer gehakt. Ik wachtte zelfs nog een dag alvorens er aan te beginnen. Eerst alleen het gereedschap klaarleggen, zoals beitels, hamers, stoffer en dan de volgende dag aan de slag met de tekst van papier overbrengen op de steen en dat lukte wonderwel met wit doordruk papier. De dag daarna kon ik er niet meer onderuit en zette ik de beitel vlak bij het witte lijntje van de eerste letter, de ‘G’. Een voorzichtige klap en daar vloog het eerste stukje steen door de lucht. Gelukkig was het witte lijntje nog zichtbaar en had ik niet teveel weg gekapt. Een daar ging klap twee, drie enzovoort. Telkens probeerde ik de beitel in dezelfde stand op de steen te zetten en met evenveel kracht te hakken. Wat me opviel elke keer dat er een stukje steen wegvloog, was dat geen een stukje even groot was. Ook het neerzetten van de beitel dicht bij het witte lijntje was telkens net even anders. Hoewel ik wel probeerde om de beitel precies langs het lijntje neer te zetten, lukte me dat niet. Ik had duidelijk geen controle over mijn handen die de hamer en de beitel vasthielden en nog minder over de exacte aanzet op de steen. Toch gebeurde het letterhakken, elke dag een letter en uiteindelijk was de tekst helemaal gehakt.

Uit 'Desiderata'van Max Ehrmann (1927)

Uit ‘Desiderata’ van Max Ehrmann (1927)

Olifanten

Pa- en ma-olifant zitten samen heerlijk in een modderbad en genieten ondertussen van het zonnetje en van de modder die op hun lichamen plakt. ‘Toch vreemd’, zegt pa-olifant, ‘dat we er bijna het zelfde eruit zien en toch beide anders genoemd worden; ik word bul genoemd en jij vrouwtje of soms koe.’ ‘Ja, dat is wel apart’, zegt ma-olifant, ‘dat zo’n klein verschilletje zoveel uit maakt, dat er verschillend naar ons gekeken wordt. Mij zien ze als beschermend en jou als sterk, vooral als jouw hormonen opspelen. Hoewel we wel allebei olifant worden genoemd en er dus geen verschil is tussen ons’

Geplaatst in Wat

Kaart lezen

Ik was in Frankrijk op zoek naar 4-takt benzine voor de thermische grasmaaier. Er zat een klein tuincentrum Gamm Vert in het plaatsje MonIdée, waarvan ik wist dat ze geen grasmaaiers verkochten, maar waarvan ik hoopte dat ze wel deze benzine verkochten.
In het kader van het coronavirus mocht je je beperkt verplaatsen en alleen met het ingevulde document ‘Attestation de déplacement dérogatoire’. Ik wist ongeveer hoe ik er moest komen, maar dat was een langere route en we mochten van de Franse overheid alleen de hoogst noodzakelijke route afleggen. Dus het leek mij verstandig om de kortste route naar Gamm Vert op Google Maps op te zoeken.
De kortste route was via de rotonde bij Signy-le-Petit over de D20 naar de route Nationale en dan nog een paar kilometer.
Echter er waren vanuit Signy ook nog twee weggetjes binnendoor naar de D20, maar hoe die precies liepen kon ik niet goed zien en daarvoor moest ik verder inzoomen. Ik ben geograaf van beroep en kaartlezen is voor mij gesneden koek. Hoewel ik in alle rust bezig was werd ik toch nerveus, want met verder inzoomen raakte ik het overzicht kwijt. Ik werd helemaal kriegelig van het in- en uitzoomen. Rust en ongeduld deden zich afwisselend voor; het kwam en ging. Waar kwam die kriegel en ongeduld in mij vandaan? Ik zag het gebeuren en vroeg mij af: ‘Heeft dat ongeduld niet dezelfde oorsprong of bedding als het gevoel van rust?’

Zomersproeten

Het is winter en bijna geen sproet te zien. Toch zitten er nog twee vlak bij de neus van Marije. Zegt de ene sproet tegen de andere sproet: ‘Logisch dat er bijna geen sproet te zien is, want we heten niet voor niets zomersproeten’. Zegt de andere sproet terug: ‘Het wordt tijd dat Marije weer eens in de zon gaat wandelen. Ik heb nu wel genoeg van die winterdip en wil me gezond voelen.’ Antwoord de ene sproet spontaan: ‘Och, ik ben al het zonnetje in huis; daar helpt geen sproet aan.’

Geplaatst in Wat