Denken

Denken; ik dacht het niet!

Wat heb ik allemaal niet gedacht. Soms voortkomend uit herinneringen, soms uit inspiratie, soms uit beide, zoals deze blog.
Ik lees soms de Bagavad Gita en dan komen er naar aanleiding van wat ik lees ook gedachten op. De gedachten, die komen in mij op en kan ik niet van tevoren bedenken.
Een voorbeeld is de tekst uit hoofdstuk 16 ‘Onderscheid tussen goddelijke en demonische guna’s’. Er staat in vers 1: Onbevreesdheid, een zuiver leven leiden, zich onafgebroken richten op wijsheid, gulheid, zelfbeheersing, bereidheid tot offers, regelmatige studie van de Schriften, strenge onthouding, openbaarheid. Opeens herinner ik me als ik het eerste woord lees dat iemand ooit gezegd heeft dat het een proces is dat met die woorden wordt aangegeven en dat als je ware kennis wilt opdoen, je onbevreesd oude kennis moet laten vallen en je geest moet zuiveren enz.

Soms zijn er gedachten die met ervaringen uit het verleden te maken hebben en soms stukjes uit teksten die ik heb gelezen en die ik dan met elkaar probeer te verbinden. Die gedachten zijn woorden die van binnen klinken of ze nu oudere kennis of ervaringen verwoorden of niet, ik bedenk dat niet van tevoren. Nee, het is een spontaan, niet beheersbaar gebeuren dat in mijn leven plaatsvindt. Feitelijk zeg ik dat ik niet kan denken en dat het denken zonder mijn toedoen of zonder dat ik dat kan doen plaatsvindt. Het denken is gewoon denken dat gebeurt. De vraag is wat is de bron van het denken dat gebeurt?

 

Leefwijze

Een wijze zat rustig op zijn ligstoel in de deuropening gesprekken te voeren met zijn leerlingen. Geduldig beantwoordde hij al hun vragen.
Een nieuwe leerling kwam voor hem staan en vertelde hem over zijn leven. Hoe hij genoot van zijn werk als diamantslijper, van zijn vrije tijd en dagelijkse meditatie. Ook genoot hij ontzettend van zijn appartement in het midden van New York vlakbij het Central Park, waar hij vaak hardliep. Uiteindelijk vroeg hij aan de wijze ‘Zoals u begrijpt, geniet ik met volle teugen van het leven. En waar geniet u van als wijze?’ De wijze antwoordde: ‘Van niets geniet ik’.

Letterhakken

Ik weet niet waar het vandaan kwam, maar toen ik in de Universiteitsbibliotheek een alfabet in steen uitgehakt zag, raakte ik ontroerd. Ontroerd door de scherpe lijnen van zo’n uitgehakte letter. Het overdonderde me totaal.

Nu vele jaren later ben ik in de gelegenheid om zelf weer eens letters in een plaat Belgisch hardsteen uit te hakken. Ik had een mooie lay-out gevonden van de tekst ‘Go placidly amid the noise’ en had eindelijk voldoende tijd om er aan te beginnen. Het was spannend, want ik had minstens twintig jaar geen letters meer gehakt. Ik wachtte zelfs nog een dag alvorens er aan te beginnen. Eerst alleen het gereedschap klaarleggen, zoals beitels, hamers, stoffer en dan de volgende dag aan de slag met de tekst van papier overbrengen op de steen en dat lukte wonderwel met wit doordruk papier. De dag daarna kon ik er niet meer onderuit en zette ik de beitel vlak bij het witte lijntje van de eerste letter, de ‘G’. Een voorzichtige klap en daar vloog het eerste stukje steen door de lucht. Gelukkig was het witte lijntje nog zichtbaar en had ik niet teveel weg gekapt. Een daar ging klap twee, drie enzovoort. Telkens probeerde ik de beitel in dezelfde stand op de steen te zetten en met evenveel kracht te hakken. Wat me opviel elke keer dat er een stukje steen wegvloog, was dat geen een stukje even groot was. Ook het neerzetten van de beitel dicht bij het witte lijntje was telkens net even anders. Hoewel ik wel probeerde om de beitel precies langs het lijntje neer te zetten, lukte me dat niet. Ik had duidelijk geen controle over mijn handen die de hamer en de beitel vasthielden en nog minder over de exacte aanzet op de steen. Toch gebeurde het letterhakken, elke dag een letter en uiteindelijk was de tekst helemaal gehakt.

Uit 'Desiderata'van Max Ehrmann (1927)

Uit ‘Desiderata’ van Max Ehrmann (1927)

Olifanten

Pa- en ma-olifant zitten samen heerlijk in een modderbad en genieten ondertussen van het zonnetje en van de modder die op hun lichamen plakt. ‘Toch vreemd’, zegt pa-olifant, ‘dat we er bijna het zelfde eruit zien en toch beide anders genoemd worden; ik word bul genoemd en jij vrouwtje of soms koe.’ ‘Ja, dat is wel apart’, zegt ma-olifant, ‘dat zo’n klein verschilletje zoveel uit maakt, dat er verschillend naar ons gekeken wordt. Mij zien ze als beschermend en jou als sterk, vooral als jouw hormonen opspelen. Hoewel we wel allebei olifant worden genoemd en er dus geen verschil is tussen ons’

Kaart lezen

Ik was in Frankrijk op zoek naar 4-takt benzine voor de thermische grasmaaier. Er zat een klein tuincentrum Gamm Vert in het plaatsje MonIdée, waarvan ik wist dat ze geen grasmaaiers verkochten, maar waarvan ik hoopte dat ze wel deze benzine verkochten.
In het kader van het coronavirus mocht je je beperkt verplaatsen en alleen met het ingevulde document ‘Attestation de déplacement dérogatoire’. Ik wist ongeveer hoe ik er moest komen, maar dat was een langere route en we mochten van de Franse overheid alleen de hoogst noodzakelijke route afleggen. Dus het leek mij verstandig om de kortste route naar Gamm Vert op Google Maps op te zoeken.
De kortste route was via de rotonde bij Signy-le-Petit over de D20 naar de route Nationale en dan nog een paar kilometer.
Echter er waren vanuit Signy ook nog twee weggetjes binnendoor naar de D20, maar hoe die precies liepen kon ik niet goed zien en daarvoor moest ik verder inzoomen. Ik ben geograaf van beroep en kaartlezen is voor mij gesneden koek. Hoewel ik in alle rust bezig was werd ik toch nerveus, want met verder inzoomen raakte ik het overzicht kwijt. Ik werd helemaal kriegelig van het in- en uitzoomen. Rust en ongeduld deden zich afwisselend voor; het kwam en ging. Waar kwam die kriegel en ongeduld in mij vandaan? Ik zag het gebeuren en vroeg mij af: ‘Heeft dat ongeduld niet dezelfde oorsprong of bedding als het gevoel van rust?’

Zomersproeten

Het is winter en bijna geen sproet te zien. Toch zitten er nog twee vlak bij de neus van Marije. Zegt de ene sproet tegen de andere sproet: ‘Logisch dat er bijna geen sproet te zien is, want we heten niet voor niets zomersproeten’. Zegt de andere sproet terug: ‘Het wordt tijd dat Marije weer eens in de zon gaat wandelen. Ik heb nu wel genoeg van die winterdip en wil me gezond voelen.’ Antwoord de ene sproet spontaan: ‘Och, ik ben al het zonnetje in huis; daar helpt geen sproet aan.’

Geplaatst in Wat

Retraite

Door het coronavirus zat ik min of meer noodgedwongen zeven weken in retraite. Ik was op de vlucht gegaan voor het coronavirus en zocht een veilig heenkomen. Het studiecentrum in Frankrijk was uitermate geschikt; het ligt aan het einde van een weg in een klein dorpje. We waren slechts met zijn tweeën, hoewel men meer deelnemers had verwacht.

Voor mij is een retraite niet zozeer samen bidden, mediteren of studeren , maar meer thuiskomen bij mijzelf, een weg naar binnen.

Deze weg naar binnen is voor mij allereerst een weg naar buiten, om datgene wat er gebeurt waar te nemen, het onderzoeken van de realiteit van het leven dat op dat moment plaatsvindt; bijvoorbeeld wanneer ik de heg aan het knippen ben, aan het afwassen ben etc. Ik geef me als het ware over aan het werken, observeer louter wat ik zie en tijdens dat waarnemen lossen de gedachten op en vallen buiten en binnen vanzelfsprekend samen. Zo blijft het leven voor mij eenvoudig, waarin ik mijzelf ben en niets hoef te bereiken.

Dromedarissen

Zegt de ene dromedaris tegen de ander dromedaris: ‘Ben jij ook zo toe aan vakantie?’ Zegt de andere dromedaris: ‘Ik weet het niet. Ik heb zojuist twee Nederlanders afgezet bij de piramide en kuchen en proesten dat ze deden. Ze zagen er afgepeigerd uit en dat noemen ze vakantie?’ ‘Ik zou wel eens een ander land willen bekijken. Hoe de dromedarissen daar leven en wat zij doen’, antwoordde de ene dromedaris. ‘Mij niet gezien, wanneer ik die toeristen zo zie rennen van hot naar haar. Ik ontspan thuis al genoeg als ik door de woestijn loop en de diverse zandduinen, de schaduwen van de zandribbels of kleine beestjes zie. Al die verschillende vormen en kleuren, daar geniet ik tekens weer van.’, zei de andere dromedaris.

Geplaatst in Wat

Let it be

De Beatles zongen ‘Let it be’; volgens de tekst van het lied woorden van wijsheid, ook in moeilijke tijden.
In eerste instantie zou je deze woorden van wijsheid niet verwachten van een Engelse popgroep uit de jaren zeventig. Ze waren echter in contact gekomen met Maharishi Mahesh Yogi, die hen transcendente meditatie onderrichtte om ook die ‘andere’ wereld te leren kennen.
Paul McCartney had dit lied geschreven naar aanleiding van de dood van zijn moeder die vele jaren daarvoor aan kanker was gestorven.

Je kunt kanker wel willen vermijden, maar het gebeurt of het gebeurt niet in je leven. Ook verschrikkelijke dingen gebeuren of je wilt of niet en je kunt alleen toezien op het proces dat plaatsvindt. Een proces waarin je misschien hoopt van alles te kunnen doen zodat het ten goede zal komen, maar dat weet je niet.
Het laat je, in al die misère waarin je zit, zien dat je niet dat lichaam, ook niet die kanker en ook niet al die gedachten daarover bent.

Kevers

‘Jammer dat we zo’n korte voelsprieten hebben’, zei kever Voelsprietje tegen kever Schildje. ‘Wees maar blij’, zei Schildje, ‘zo leuk is de wereld niet die ik opvang met mijn voelsprieten’. Kever Voelsprietje antwoordde: ’Ik zou graag langere voelsprieten hebben om juist meer van het leven te weten en te kunnen genieten’. ‘Jij liever dan ik’, zei kever Schildje, ‘ik wordt er niet blij van’. ‘Ik voel me zo opgesloten in mijn dikke pantsertje en met mijn kleine vleugeltjes, terwijl het leven zo rijk en mooi is om van te genieten, zoals de vele dieren, planten, om niet te vergeten de mensen’, antwoordde kever Voelsprietje.

Geplaatst in Wat

Afspreken

Dat heb je wel eens. Chagrijn hebben omdat het leven niet loopt zoals dat je zou willen.

Laatst had ik een ontevreden stemming, zonder dat ik dat in de gaten had. Ik had met een vriend om een uur of tien afgesproken in een café om samen wat bij te praten. Meestal spreken we over onze gezondheid, vrouwen en kinderen. Ik was gewend dat hij nooit op tijd was, maar nu was het al half elf en was hij er nog niet.

Op en gegeven moment ging ik in mijzelf zitten mopperen over dat hij niets liet horen. Kon hij niet even bellen, sms’en of appen? Ik was tenslotte helemaal zijn richting op gefietst naar de andere kant van Amsterdam. Dat doe ik trouwens altijd, want dan hoef ik niet op hem te wachten; want ik vind het vervelend om te moeten wachten.

Dit innerlijk mopperen en chagrijn stopt op het moment dat ik besef dat dit de situatie er niet plezieriger op maakt en geen zin heeft en tot niets leidt. Berustend bel ik hem op en dan blijkt dat ik verkeerd in mijn agenda heb gekeken en de afspraak morgen pas is.

Veldmuisje

Ik ben het gazon aan het maaien en de 4-takt benzinelucht dringt mijn neusgaten in. Daar moet ik meer van weten denkt het jonge veldmuisje en kruipt uit zijn holletje in de grond. Wat een grote grassprieten denkt hij, terwijl hij op zoek gaat naar dat geplof en geronk. Onverwachts verschijnen in zijn ooghoeken een paar grote zwarte wielen en een blikken trommel met een ronddraaiend mes. Razendsnel denkt hij: ‘Ik moet maken dat ik wegkom, maar waar heen? Het gaat allemaal zo snel.’ Gelukkig stopt het apparaat heel even en kan hij nog net met bonzend hart wegrennen in het hoge gras. Het veldmuisje laat zich echter niet kisten door iets onverwachts en steekt vol verwachting zijn kopje weer boven het gras uit.

Geplaatst in Wat

Fontein

Op het dakterras staat een oud half wijnvat met water en keien. In een van de keien zit het pijpje van het fonteinpompje dat het water over het oppervlak doet pruttelen. In het verleden stopte het pruttelen regelmatig omdat er groen wier in het pompje was gekomen. Nu er een nylonsok om het pompje zit, is het euvel verholpen en pruttelt het aan een stuk door. Het pruttelt zachtjes, maar is toch hoorbaar, mits er niet teveel lawaaierig verkeer langs komt.

Ik hoor het pruttelen van de fontein niet continu, want ik ben vaak met iets bezig; zoals een vriend bellen, de krant lezen of ik ben soms gewoon in gedachten verzonken. En ineens hoor ik iets van water kabbelen in het wijnvat en ervaar ik de rustige uitwerking van het luisteren naar het kabbelende water. Het luisteren naar het kabbelen brengt me dan soms terug naar de stilte, waarna de gedachten oplossen. Het luisteren zelf heeft me daar gebracht, zonder dat ik dat vooraf verlangde en zonder dat ik daar iets voor gedaan heb.

 

Moeder Ganga

De heilige rivier Ganges loopt van de Gangotrigletsjer in de Himalaya naar de Golf van Bengalen. Waterdruppels vallen vol enthousiasme van de gletsjer af en gaan daarna over de vele watervallen naar benden en vermaken zich als kinderen zo blij. Ze willen er bij horen en ook volwassen zijn. Stroomopwaarts is het water rustiger en zien ze de vele Indiërs die een dip nemen als een soort spirituele reiniging. O, zeggen ze onderling vol trots, wij zijn ook nog van spirituele waarde, maar we willen zo graag één zijn met het grote water. Uiteindelijk meanderen ze samen met de vrachtboten naar de monding van de Ganges en worden opgelost in de grote zee. Zegt de stille waterdruppel, die heel die reis niets van zich heeft laten horen: ‘Is dit nu zo bijzonder, is dit alles? Het is hetzelfde water als het ijs dat wij aan het begin van onze reis waren’.

Geplaatst in Wat

Onkruid wieden

De parkeerplaats van zwarte kleine kiezelsteentjes zit na de winter vol met paardenbloemen, mos en andere klein onkruid. Alleen schoffelen helpt om al dit groen te verwijderen.
Dit schoffelen is een hels karwei, omdat het een oppervlak van ongeveer tweehonderd vierkante meter is. Het mos zit stevig vastgekleefd aan de kurkdroge grond bij het lage gebouw.
Beetje bij beetje lukt het me om de eerste meters los te schoffelen. Vervolgens moet het onkruid, de mosjes en paardenbloemen in een kruiwagen geschept worden. Met een bladhark hark ik het overbodige groen naar een kant. Jammer genoeg komen ook de zwarte kiezelsteentjes met het harken mee. Ik ontdek dat wanneer ik de bladhark lichtjes beweeg de zwaardere steentjes blijven liggen en het grovere onkruid bovenop de kiezelsteentjes komt te liggen en zo makkelijk opgepakt kan worden om in de kruiwagen te gooien.
De fijnere stukken groen blijven echter tussen de kiezelsteentjes liggen. Ik ga nog een keer de kiezelsteentjes aanharken en zie dat wanneer ik de bladhark niet naar mij toetrek maar zijwaarts beweeg dat het fijnere onkruid dan aan de tanden blijft zitten en er minder kiezelsteentjes met het harken mee komen.
Zo leer je op een middag harken dat niet weten hoe iets te doen geen belemmering hoeft te zijn om te beginnen. Door simpelweg te kijken wat er gebeurt verschijnt de oplossing vanzelf.

Zwaluwen

De zwaluwen zijn dit jaar laat teruggekeerd uit Afrika. Het is al mei, terwijl ze meestal in april terug zijn in Nederland. Het was mooi en zonnig weer in april, maar de insecten onderweg, met een bruin kleurtje, waren zo heerlijk. Ze moesten evengoed natuurlijk wel doorvliegen, want het paar- en broedseizoen stond voor de deur. Eerst moeten de nestjes worden gebouwd met eigen gemaakte bollen klei en dat is voor een paar zwaluwen behoorlijk doorwerken.

‘Zullen we niet hier blijven in het zonnetje’, zegt de ene zwaluw tegen de andere. ‘Nee, ‘zegt de andere zwaluw, ‘want ik heb wel zin in meerdere broedsels dit jaar.’ ‘O, mijn God, daarom vliegen we vanuit Afrika helemaal naar Nederland’, zegt de ene zwaluw. ‘Dat is mijn natuur, maar ook die van jou. Je bent jong en denkt dat alles anders moet. Maar je zult zien dat alles helemaal vanzelf gaat’, zegt de andere zwaluw.

Geplaatst in Wat

Social Media

Af en toe plaats ik een opmerking op LinkedIn, zoals laatst tijdens de intelligente lock-down van Mark Rutte vanwege het coronavirus. Hij moedigde de Nederlanders aan zelf verantwoordelijkheid te nemen en het niet aan allerlei regels van de overheid over te laten. Ook prees hij de Nederlanders dat ze anderhalve meter afstand namen en met eigen initiatieven kwamen.
’s Ochtends in bed kwam naar aanleiding van deze opmerkingen van de minister president het boek ‘de Vertraagde Tijd’ in mij op van wijlen prof. Arnold Cornelis. Hij spreekt daarin over communicatieve zelfsturing, die helpt om te ontdekken wat ons eigen verborgen programma is en pleit om ons weer af te stellen op onze innerlijke klok van het verborgen programma en zo te ontdekken wat waardevol is.
Nu gaat het mij niet om wat Arnold Cornelis zegt, maar om het proces dat plaatsvindt; namelijk de herinnering die opkomt aan een boek naar aanleiding van een uitspraak van iemand. Dit gebeurt zonder dat ik dat van tevoren had kunnen bedenken, zeker gezien het feit dat ik het boek van hem meer dan vijftien jaar geleden heb gelezen.
De opmerking die ik op basis deze herinnering op LinkedIn plaatste leidde tot reacties, zoals de reactie dat weerstand je scheidt van Zijn, die de werkelijke bron van je kracht is. Eerst dacht ik wat moet ik er mee, om vervolgens een reactie te geven die ik niet had verwacht. Mijn reactie ‘wrijving zorgt voor ontwikkeling’ had ik ook al jaren geleden gehoord en kwam als herinnering spontaan naar boven. De vraag is wat is de bron van al die herinneringen die in mij naar boven komen tijdens zo’n social-media gesprek?

Mieren

Honderden mieren lopen in een lange sliert van de ene kant naar de andere kant van de asfaltweg. Met gevaar voor eigen leven is de hele kolonie mieren in de weer om voedsel bijeen te garen aan de andere kant van de weg. Het is een drukte van je welste van en naar het nest, ze passeren elkaar links en rechts in twee, drie rijen dik en dat gaat zonder ongelukken of zonder tegen elkaar te botsen. Onderweg zegt de ene mier tegen de andere mier ‘Onbegrijpelijk al dat gekrioel zonder ongelukken.’ Zegt de andere mier: ‘Ja ongelooflijk, zonder stoplichten en verkeersregelaars loopt het gewoon gesmeerd. Wie heeft hier het stuur in handen, wie regelt dit allemaal?’

Geplaatst in Wat

Autorijden

Met vijf man zouden we gaan eten in een restaurant en wilden daarvoor met de hond gaan wandelen. Normaal lopen we met de hond aan de lijn kort op en neer, maar nu wilden we de hond lekker vrij, los van de lijn laten lopen. Hiervoor moesten we de stad uit naar Spaarnwoude, een groot park met veel gras en bomen dat ons bij een temperatuur van 33 graden genoeg verkoeling zou geven.
Met twee auto’s reden we er naartoe via de Osdorperweg, want die namen we altijd als we die kant op gingen. Halverwege de Osdorperweg bleek de weg verderop in verband met wegwerkzaamheden afgesloten te zijn en moesten we omrijden door de wijk Slotervaart. Het eerste wat ik dacht was of we nog genoeg tijd hadden om te wandelen en komen we op tijd bij het restaurant waar we gereserveerd hadden.
Het zat niet mee, want in Slotervaart was de weg ook afgesloten, dus werd de omweg steeds langer. Ik merkte dat mijn ongeduld toenam en vroeg me geërgerd af of dit niet te lang zou gaan duren.
Dit was echter nog niet het einde. Aangekomen in Spaarnwoude bleek er een festival te zijn en konden we er niet in rijden en moesten we terug om achterin Spaarnwoude alsnog met de hond te kunnen wandelen. Ik voelde me onrustig worden en steeds indringender kwam de gedachte op of we op tijd bij het restaurant zouden aankomen.

Wat is er nu gebeurt? Ik zat tijdens het autorijden me zorgen te maken en van alles te bedenken wat er fout zou kunnen gaan. Ik zag tijdens het rijden zelfs de weg die voor mij lag niet en toch ging het goed en kwamen we zonder ongelukken in Spaarnwoude aan en ook op tijd in het restaurant. Terugkijkend vraag ik mij af wie heeft er nu autogereden? De meeste tijd de zag ik de weg in ieder geval niet; ik was onrustig en maakte me voortdurend, naar achteraf bleek, onnodig zorgen.

Wolken

Twee wolken dreven boven elkaar en begroette elkaar. De bovenste wolk, die langzaam, bijna stilstaand in de hogere luchtlaag voorbij ging, vroeg aan de onderste snellere wolk: ‘hoe is het daar beneden, is er nog wat te zien’. ‘Och, wat zal ik zeggen’, zei de onderste wolk. ‘Hier is zo veel te zien. Mensen, zeeën, dieren en dat nog in allerlei hoedanigheden en omvang. Ik heb om alles te zien ogen te kort, om zo te zeggen. En hoe is het bij jou daar boven?’ ‘O, mijn hemel, hier gebeurt eigenlijk helemaal niets’ zei de bovenste wolk. ‘Heerlijk stil en rustig.’

Geplaatst in Wat