Commentaar

Hoe vaak leveren we niet op een dag commentaar op wat we op televisie, radio, facebook horen en zien. Of wat we horen in een gesprek of vergadering.
Bij mij werkt het in ieder geval zo dat als ik iets hoor er onmiddellijk commentaar is in mijn hoofd/geest dat zegt dat het anders zit of dat er iets vergeten wordt in een redenering. Het lijkt alsof er voortdurend een soort antenne aanstaat die meteen reageert met een tegenovergestelde bewering of een aanvulling. Misschien niet zo verwonderlijk omdat ieder mens vanuit zijn eigen geschiedenis, kennis en perspectief naar de wereld kijkt.
Dit geldt zowel voor problemen als oplossingen; beide worden door mij van commentaar voorzien. Ik merk dat ik het niet kan laten en het gebeurt voordat ik het in de gaten heb. Als ik eerlijk ben, luister ik maar half naar de ander en ben ik ondertussen in mijn geest bezig een reactie te formuleren. Het punt is in dat soort gesprekken of bijeenkomsten niet zozeer of ik gelijk heb, wat soms zeker zo is, maar dat ik gezien wil worden of beter gezegd een zinvolle bijdrage wil leveren, zonder te beseffen dat de gedachten en uitgesproken woorden niet door mij bedacht zijn, maar in mij oprijzen. Zou het dan ook niet zo kunnen zijn, dat de woorden bij de ander ook oprijzen, zonder dat deze ze bedenkt?

Muizen

Een groepje muizen hadden een huis bezet dat ’s winters vaak leegstond. Ze glipten door de kleinste gaatjes om zo in de voorraadkasten te komen. En als daar niet genoeg was dan maakten ze gaten in de plastic bakken waar de heerlijkste etenswaren in zaten, zoals meel, koekjes, rijst of hagelslag. Ze aten tot hun buikjes gevuld waren en namen nog wat mee terug in hun holletje. Af en toe sneuvelde er een muisje, omdat hij een stukje kaas at in een muizenklem. Zegt één van de muisjes: ‘Het is hier een paradijs met al dat eten.’ Zegt een ander muisje: ‘Ja, en soms breek je je nek over al dat voedsel.’ Zegt het ene muisje terug: ‘Het is doodeenvoudig. Hoogmoed komt voor de val en hebzucht kan je nekken.’

Geplaatst in Wat

Geloven

Ik ben katholiek gedoopt, maar al sinds mijn pubertijd niet meer praktiserend. Ik kom nog wel in kerken om ze te bezichtigen en soms even te genieten van de stilte. Ik heb nog jaren de gedachte gekoesterd dat het katholicisme de betere geloofsovertuiging was dan al die andere christelijke overtuigingen, zoals doopsgezinden, hervormden of pinkstergemeente.
Vreemd dat ik dat bleef denken, terwijl al die geloven gebaseerd zijn op dezelfde wereld. Een wereld die regionale verschillen kent, waardoor ook andere geloven zich hebben kunnen ontwikkelen, zoals hindoeïsme, boeddhisme, Jodendom, islam en al die andere overtuigingen. Blijkbaar heeft de mens behoefte om zelf betekenis of zin te geven aan zijn wereld en ontwikkelt zo een traditie van geschriften en rituelen. Vaak krijgt zo’n traditie weer meerdere stromingen. De ene stroming zoekt het in een praktische invulling en de ander houdt meer van studie. Boeiend om dezelfde wereld vanuit meerdere tradities te beschouwen, terwijl er slechts een wereld en een universum is. Zijn er werkelijk verschillen en wie heeft er gelijk? Of zijn dit slechts overtuigingen in de geest die het genieten van het volle leven in de weg staan?

Twee geestelijken

Een dominee en pastoor zijn op studiereis in India en liggen samen op een kamer in een ashram in New Delhi. Ze zijn beide enthousiast over wat ze die dag hebben meegemaakt tijdens hun bezoek aan een hindoetempel. De verering van Krishna die door de mensen zo emotioneel beleeft wordt tijdens een vuuroffer aan de oevers van de Ganges. Zegt de pastoor: ‘Zo moet het bij ons in Europa ook decennia geleden zijn geweest; zoveel innerlijke beleving.’ Zegt de dominee: ‘Je bedoelt zeker uiterlijke beleving met veel pracht en praal.’ De pastoor niet op zijn mondje gevallen antwoord: ‘Zo van binnen, zo van buiten.’

Geplaatst in Wat

Denken

Denken; ik dacht het niet!

Wat heb ik allemaal niet gedacht. Soms voortkomend uit herinneringen, soms uit inspiratie, soms uit beide, zoals deze blog.
Ik lees soms de Bagavad Gita en dan komen er naar aanleiding van wat ik lees ook gedachten op. De gedachten, die komen in mij op en kan ik niet van tevoren bedenken.
Een voorbeeld is de tekst uit hoofdstuk 16 ‘Onderscheid tussen goddelijke en demonische guna’s’. Er staat in vers 1: Onbevreesdheid, een zuiver leven leiden, zich onafgebroken richten op wijsheid, gulheid, zelfbeheersing, bereidheid tot offers, regelmatige studie van de Schriften, strenge onthouding, openbaarheid. Opeens herinner ik me als ik het eerste woord lees dat iemand ooit gezegd heeft dat het een proces is dat met die woorden wordt aangegeven en dat als je ware kennis wilt opdoen, je onbevreesd oude kennis moet laten vallen en je geest moet zuiveren enz.

Soms zijn er gedachten die met ervaringen uit het verleden te maken hebben en soms stukjes uit teksten die ik heb gelezen en die ik dan met elkaar probeer te verbinden. Die gedachten zijn woorden die van binnen klinken of ze nu oudere kennis of ervaringen verwoorden of niet, ik bedenk dat niet van tevoren. Nee, het is een spontaan, niet beheersbaar gebeuren dat in mijn leven plaatsvindt. Feitelijk zeg ik dat ik niet kan denken en dat het denken zonder mijn toedoen of zonder dat ik dat kan doen plaatsvindt. Het denken is gewoon denken dat gebeurt. De vraag is wat is de bron van het denken dat gebeurt?

 

Leefwijze

Een wijze zat rustig op zijn ligstoel in de deuropening gesprekken te voeren met zijn leerlingen. Geduldig beantwoordde hij al hun vragen.
Een nieuwe leerling kwam voor hem staan en vertelde hem over zijn leven. Hoe hij genoot van zijn werk als diamantslijper, van zijn vrije tijd en dagelijkse meditatie. Ook genoot hij ontzettend van zijn appartement in het midden van New York vlakbij het Central Park, waar hij vaak hardliep. Uiteindelijk vroeg hij aan de wijze ‘Zoals u begrijpt, geniet ik met volle teugen van het leven. En waar geniet u van als wijze?’ De wijze antwoordde: ‘Van niets geniet ik’.

Geplaatst in Wat

Letterhakken

Ik weet niet waar het vandaan kwam, maar toen ik in de Universiteitsbibliotheek een alfabet in steen uitgehakt zag, raakte ik ontroerd. Ontroerd door de scherpe lijnen van zo’n uitgehakte letter. Het overdonderde me totaal.

Nu vele jaren later ben ik in de gelegenheid om zelf weer eens letters in een plaat Belgisch hardsteen uit te hakken. Ik had een mooie lay-out gevonden van de tekst ‘Go placidly amid the noise’ en had eindelijk voldoende tijd om er aan te beginnen. Het was spannend, want ik had minstens twintig jaar geen letters meer gehakt. Ik wachtte zelfs nog een dag alvorens er aan te beginnen. Eerst alleen het gereedschap klaarleggen, zoals beitels, hamers, stoffer en dan de volgende dag aan de slag met de tekst van papier overbrengen op de steen en dat lukte wonderwel met wit doordruk papier. De dag daarna kon ik er niet meer onderuit en zette ik de beitel vlak bij het witte lijntje van de eerste letter, de ‘G’. Een voorzichtige klap en daar vloog het eerste stukje steen door de lucht. Gelukkig was het witte lijntje nog zichtbaar en had ik niet teveel weg gekapt. Een daar ging klap twee, drie enzovoort. Telkens probeerde ik de beitel in dezelfde stand op de steen te zetten en met evenveel kracht te hakken. Wat me opviel elke keer dat er een stukje steen wegvloog, was dat geen een stukje even groot was. Ook het neerzetten van de beitel dicht bij het witte lijntje was telkens net even anders. Hoewel ik wel probeerde om de beitel precies langs het lijntje neer te zetten, lukte me dat niet. Ik had duidelijk geen controle over mijn handen die de hamer en de beitel vasthielden en nog minder over de exacte aanzet op de steen. Toch gebeurde het letterhakken, elke dag een letter en uiteindelijk was de tekst helemaal gehakt.

Uit 'Desiderata'van Max Ehrmann (1927)

Uit ‘Desiderata’ van Max Ehrmann (1927)

Olifanten

Pa- en ma-olifant zitten samen heerlijk in een modderbad en genieten ondertussen van het zonnetje en van de modder die op hun lichamen plakt. ‘Toch vreemd’, zegt pa-olifant, ‘dat we er bijna het zelfde eruit zien en toch beide anders genoemd worden; ik word bul genoemd en jij vrouwtje of soms koe.’ ‘Ja, dat is wel apart’, zegt ma-olifant, ‘dat zo’n klein verschilletje zoveel uit maakt, dat er verschillend naar ons gekeken wordt. Mij zien ze als beschermend en jou als sterk, vooral als jouw hormonen opspelen. Hoewel we wel allebei olifant worden genoemd en er dus geen verschil is tussen ons’

Geplaatst in Wat

Kaart lezen

Ik was in Frankrijk op zoek naar 4-takt benzine voor de thermische grasmaaier. Er zat een klein tuincentrum Gamm Vert in het plaatsje MonIdée, waarvan ik wist dat ze geen grasmaaiers verkochten, maar waarvan ik hoopte dat ze wel deze benzine verkochten.
In het kader van het coronavirus mocht je je beperkt verplaatsen en alleen met het ingevulde document ‘Attestation de déplacement dérogatoire’. Ik wist ongeveer hoe ik er moest komen, maar dat was een langere route en we mochten van de Franse overheid alleen de hoogst noodzakelijke route afleggen. Dus het leek mij verstandig om de kortste route naar Gamm Vert op Google Maps op te zoeken.
De kortste route was via de rotonde bij Signy-le-Petit over de D20 naar de route Nationale en dan nog een paar kilometer.
Echter er waren vanuit Signy ook nog twee weggetjes binnendoor naar de D20, maar hoe die precies liepen kon ik niet goed zien en daarvoor moest ik verder inzoomen. Ik ben geograaf van beroep en kaartlezen is voor mij gesneden koek. Hoewel ik in alle rust bezig was werd ik toch nerveus, want met verder inzoomen raakte ik het overzicht kwijt. Ik werd helemaal kriegelig van het in- en uitzoomen. Rust en ongeduld deden zich afwisselend voor; het kwam en ging. Waar kwam die kriegel en ongeduld in mij vandaan? Ik zag het gebeuren en vroeg mij af: ‘Heeft dat ongeduld niet dezelfde oorsprong of bedding als het gevoel van rust?’

Zomersproeten

Het is winter en bijna geen sproet te zien. Toch zitten er nog twee vlak bij de neus van Marije. Zegt de ene sproet tegen de andere sproet: ‘Logisch dat er bijna geen sproet te zien is, want we heten niet voor niets zomersproeten’. Zegt de andere sproet terug: ‘Het wordt tijd dat Marije weer eens in de zon gaat wandelen. Ik heb nu wel genoeg van die winterdip en wil me gezond voelen.’ Antwoord de ene sproet spontaan: ‘Och, ik ben al het zonnetje in huis; daar helpt geen sproet aan.’

Geplaatst in Wat

Retraite

Door het coronavirus zat ik min of meer noodgedwongen zeven weken in retraite. Ik was op de vlucht gegaan voor het coronavirus en zocht een veilig heenkomen. Het studiecentrum in Frankrijk was uitermate geschikt; het ligt aan het einde van een weg in een klein dorpje. We waren slechts met zijn tweeën, hoewel men meer deelnemers had verwacht.

Voor mij is een retraite niet zozeer samen bidden, mediteren of studeren , maar meer thuiskomen bij mijzelf, een weg naar binnen.

Deze weg naar binnen is voor mij allereerst een weg naar buiten, om datgene wat er gebeurt waar te nemen, het onderzoeken van de realiteit van het leven dat op dat moment plaatsvindt; bijvoorbeeld wanneer ik de heg aan het knippen ben, aan het afwassen ben etc. Ik geef me als het ware over aan het werken, observeer louter wat ik zie en tijdens dat waarnemen lossen de gedachten op en vallen buiten en binnen vanzelfsprekend samen. Zo blijft het leven voor mij eenvoudig, waarin ik mijzelf ben en niets hoef te bereiken.

Dromedarissen

Zegt de ene dromedaris tegen de ander dromedaris: ‘Ben jij ook zo toe aan vakantie?’ Zegt de andere dromedaris: ‘Ik weet het niet. Ik heb zojuist twee Nederlanders afgezet bij de piramide en kuchen en proesten dat ze deden. Ze zagen er afgepeigerd uit en dat noemen ze vakantie?’ ‘Ik zou wel eens een ander land willen bekijken. Hoe de dromedarissen daar leven en wat zij doen’, antwoordde de ene dromedaris. ‘Mij niet gezien, wanneer ik die toeristen zo zie rennen van hot naar haar. Ik ontspan thuis al genoeg als ik door de woestijn loop en de diverse zandduinen, de schaduwen van de zandribbels of kleine beestjes zie. Al die verschillende vormen en kleuren, daar geniet ik tekens weer van.’, zei de andere dromedaris.

Geplaatst in Wat

Let it be

De Beatles zongen ‘Let it be’; volgens de tekst van het lied woorden van wijsheid, ook in moeilijke tijden.
In eerste instantie zou je deze woorden van wijsheid niet verwachten van een Engelse popgroep uit de jaren zeventig. Ze waren echter in contact gekomen met Maharishi Mahesh Yogi, die hen transcendente meditatie onderrichtte om ook die ‘andere’ wereld te leren kennen.
Paul McCartney had dit lied geschreven naar aanleiding van de dood van zijn moeder die vele jaren daarvoor aan kanker was gestorven.

Je kunt kanker wel willen vermijden, maar het gebeurt of het gebeurt niet in je leven. Ook verschrikkelijke dingen gebeuren of je wilt of niet en je kunt alleen toezien op het proces dat plaatsvindt. Een proces waarin je misschien hoopt van alles te kunnen doen zodat het ten goede zal komen, maar dat weet je niet.
Het laat je, in al die misère waarin je zit, zien dat je niet dat lichaam, ook niet die kanker en ook niet al die gedachten daarover bent.

Kevers

‘Jammer dat we zo’n korte voelsprieten hebben’, zei kever Voelsprietje tegen kever Schildje. ‘Wees maar blij’, zei Schildje, ‘zo leuk is de wereld niet die ik opvang met mijn voelsprieten’. Kever Voelsprietje antwoordde: ’Ik zou graag langere voelsprieten hebben om juist meer van het leven te weten en te kunnen genieten’. ‘Jij liever dan ik’, zei kever Schildje, ‘ik wordt er niet blij van’. ‘Ik voel me zo opgesloten in mijn dikke pantsertje en met mijn kleine vleugeltjes, terwijl het leven zo rijk en mooi is om van te genieten, zoals de vele dieren, planten, om niet te vergeten de mensen’, antwoordde kever Voelsprietje.

Geplaatst in Wat