Wat ligt daar in de sloot; iets blauws en roze, het lijkt wel een kinderfietsje?
Wie fietst er nu met zijn fietsje in de sloot? Mij is het ooit overkomen toen ik als tienjarig jongetje het Klompven in Oisterwijk in reed, omdat ik even niet oplette. Voor geen geld zou ik het fietsje in het ven hebben laten liggen. Het was overigens een lachwekkend gezicht.
Dit fietsje lag in de sloot, de ketting zat los, maar mankeerde verder niets.
Ik vroeg me af of een kind erin was gereden, leek me niet. Een of ander onverlaat, kwam in mij op, zal het wel in de sloot hebben gemieterd; zo van weg is weg.
Hoe verzin ik dit soort redeneringen? Dat verzin ik niet, het komt gewoon naar boven drijven in mijn geest.De ene na de andere gedachte komt naar boven en houdt mijn hersenspinsels in stand, terwijl de sloot en het fietsje helemaal geen gedachten nodig heeft en ook geen gedachten kennen, zo is nu eenmaal het leven.
Het leven gaat zijn gang, wat ik er ookt van vind. Alleen ik vind het belangrijk in mijn geest, want dat geeft mij een gevoel, besef of bewustzijn van bestaan; beter gezegd mijn denken daarover. Ik ben niet wat ik denk te zijn en mijn geestelijke ego bestaat uiteindelijk niet in het leven dat gewoon gaat zoals het gaat.