Waarnemen (11 van 20)

het Leven is de leraar

Hfst. 3: Ziek zijn

Par.: Suikerziekte

In het voorjaar van 2011 liepen mijn vrouw Paula en ik over het plein in Nuenen naar het museum, waar het geschilderde kerkje van Van Gogh hing. Ik moest ineens ontzettend nodig plassen; ik kon het niet ophouden en zocht naar een dikke afgelegen boom om uit het zicht te kunnen plassen. De dorst bleef mij daarna achtervolgen, die ik probeerde te lessen met sinaasappelsap, wat achteraf niet verstandig bleek te zijn. Het voelde ongemakkelijk, zeker met de wandelingen die we nog in Brabant wilden maken. Ik dacht nog wel ‘wat komt, dat komt’. Mijn ouders waren allebei redelijk gezond en waren vierennegentig geworden, een stip op de horizon voor mij.

Zo erg zal het allemaal niet zijn dacht ik, het is iets van mijn lichaam en dat vertrouw ik, hoewel dat vertrouwen nergens op gebaseerd was. Vreemd, mijn lichaam hield me ook niet de hele tijd bezig; meestal was het er niet, zelfs als ik er aan dacht nam ik het niet werkelijk waar. Bij terugkomst in Amsterdam maakte ik een afspraak met mijn huisarts. Hij had het snel in de gaten en concludeerde dat het suikerziekte was en schreef twee medicijnen voor, metformine en glimeperide. Dit had ik niet verwacht. Ik was niet dik en deed drie maal per week aan hardlopen. Veel mensen hebben suikerziekte, diabetes I (aanmaak van insuline) en/of II; (opname van insuline) en hun Leven gaat tenslotte gewoon verder en je kunt er oud mee worden. Wat zou ik mij druk maken, dat zou me niets helpen. Dit kan mij ook gebeuren en niet alleen bij andere mensen. Ik ben tenslotte deel van het Leven en geen uitzondering.

Voor de zekerheid vroeg mijn huisarts een onderzoek aan in het Slotervaart-ziekenhuis vanwege de diarree waar ik ook last van had. Er werd niets gevonden, maar toch wilde de specialist verder kijken vooral vanwege mijn sterke gewichtsafname. De ct-scan liet een kleine verkleuring op het scherm zien, waarna een scopie en punctie van de alvleesklier volgde. Toen ik alvleesklier hoorde, was dat schrikken, want bij alvleesklierkanker heb je gemiddeld maximaal nog zes maanden te leven. De chirurg kwam gehaast aanzetten na de scopie en wilde onmiddellijk de uitslag geven, dat leek me geen goed voorteken. Ik vond dat de behandelende specialist het moest zeggen, want dan kon hij ook de vervolgstappen bespreken. Ik stak mijn kop niet in het zand en kon van alles bedenken, dat had helemaal geen zin.

Het Leven gaat zoals dat gaat. Ik voelde of ervaarde niet dat er iets in mijn buik loos was en ging verder met leven, zonder me druk te maken over een eventuele dood, want dat gebeurt in elk Leven. Dit is nu wat het is, niet meer en niet minder. Dat waar te nemen zonder mij specifiek op het waarnemen zelf te richten is al heel wat en staat los van mijn denken en emoties.