Waarnemen (12 van 20)

het Leven is de leraar

Hfst. 3: Ziek zijn

Par.: Wippleoperatie

De specialist van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis (OLVG) verloste me van de gedachte dat een alvleeskliertumor was. Dat gaf mij in ieder geval wat lucht. Het bleek een neuro-endocriene tumor te zijn, waarbij je niet binnen een half jaar de dood tegemoet hoefde te zien, maar wel dat een operatie noodzakelijk was. Er viel mee te leven, niet dat ik daar zelf aan bijgedragen had of nog kon bijdragen. Een geluk bij een ongeluk. Ik dacht eenvoudig,  wat moet gebeuren, moet gebeuren en de MDL chirurg heeft er verstand van. Ik maakte me ook geen zorgen over de operatie. Uiteindelijk gaat iedereen dood, zonder over het algemeen te weten wanneer en waaraan.

Het sterven speelde voor mij geen rol, hooguit de gedachte hoe het verder moest met Paula en de jongens, dat hield mij meer bezig dan mijn sterven. Ik had zoiets van, de chirurg gaat zijn gang maar met de whipple-operatie, het is tenslotte zijn vak.

Eenderde van de alvleesklier, de hele twaalfvingerige darm en de galblaas werden verwijderd en vervolgens werd wat resteerde weer op een iets andere manier in de buik aan elkaar gezet, zodat het lichaam weer normaal kan functioneren. Tijdens de operatie voel of merk je niets van je lichaam en daarna ook niet van wat er in je buik is veranderd. Deze chirurg voerde ongeveer veertig procent uit van dit soort operaties in Nederland, beter kon ik het niet hebben, dacht ik nog. De noodzaak was in ieder geval groot. Ik kan wel denken dat ik het Leven kan sturen, maar na de operatie besefte ik dat de mens vooral afhankelijk is van anderen, zijn omgeving zoals de chirurg en zijn hele team, om nog maar te zwijgen over iedereen die in het ziekenhuis voor je zorgt. Dit is een mooi voorbeeld van hoe afhankelijk we zijn van anderen, hoewel dat tegenwoordig niet meer wordt gezien. We leven in onze eigen gedachten zonder aandacht voor de omgeving en zijn vooral met onszelf bezig. Echter we leven samen in en met alles, zodoende hebben onze handelingen invloed op de omgeving, maar onze omgeving heeft ook invloed op ons. Je kunt zeggen wat je denkt of doet. Een voorbeeld zijn alle milieuvraagstukken die we zelf hebben gecreëerd en waardoor het milieu ons weer voor nieuwe problemen stelt waardoor we hopelijk bewuster worden van ons doen en laten. Zeker, ook de natuur zelf speelt daarin een rol, zoals de vulkaanuitbarstingen en tsunami’s laten zien.

Een stap van de natuur naar de mens is eenvoudig te maken. Zo is boosheid een prima voorbeeld; onze eigen boosheid wordt vaak meteen beantwoordt door de boosheid van de ander. Ik zeg niet dat boosheid verkeerd is of het uiten daarvan niet mag.

Onverwachts wordt je na de operatie in de steriele intensive care wakker en een verpleegster vraagt: ‘Mijnheer Jansen hoe gaat het?’ ‘Goed hoor, geen pijn’, wat logisch is gezien de ruggenprik. Niet beseffend dat er een grote snee van vijfentwintig centimeter dwars over mijn buik van lever tot en aan de navel zit. Het meest opvallende is dat de tijd waarin de operatie plaatsvond er helemaal niet is, zelfs geen herinnering daaraan. Het lichaam, de geest en zelfs ik of mijn ego bestond niet, zoals in een droomloze slaap. Vreemd dat alles er niet is, ook niet als een vage invulling in de geest. Logisch, alles maar dan ook alles is energie met licht als absolute bron. Elke vorm, ook het menselijk lichaam ontstaat daaruit en keert er weer in terug. Ook de geest is licht of zo je wil energie en deze heeft geen vorm en heeft geen gedachten in het moment zelf, oftewel het hier en nu. Gedachten komen op een gegeven moment op, meestal nadat er iets gebeurd is of ervaren, als een verschijnsel of verdichting van het licht en eventueel als woorden geuit. Na zes dagen hoofdzakelijk in bed liggen en steeds meer lopen, mag ik gelukkig weer naar huis. Wel heb ik in het ziekenhuis ontzettende constipatie gehad gepaard gaande met buikpijn, waarbij zelfs zetpillen niet hielpen. In zekere zin blijft dit een licht trauma, die zo nu en dan tevoorschijn komt, met name op het toilet. Een trauma in mijn denken maar niet voor mijn lichaam.

Een van de medicijnen die ik voor de rest van mijn Leven moest slikken is drie tot zes capsules enzymen voor een gezonde spijsvertering in de darmen. Deze capsules zorgden af en toe voor een lichte verstopping, dan nam ik daarna een capsule minder in en dit hielp. Wonderlijk hoe zo’n lichaam helemaal zelfstandig functioneert, niet wordt aangestuurd; je hoeft alleen maar te luisteren naar je lichaam en daar naar te handelen. Het gebeurt gewoon, zoals de ademhaling, de bloedsomloop, het gebruik van spieren of ook het denken. Het lichaam heeft mij echt niet nodig om te functioneren besefte ik; het Leven gaat zijn gang. Wel zal ik in de gaten moeten houden of het lichaam nog gaat zoals het hoort te gaan. Het lichaam is er in zekere zin niet voor mij, maar ik ben er voor het lichaam, zoals een huis er niet voor mij is, maar ik ben er voor het huis, want een huis kan niet voor mij zorgen, maar ik wel voor het huis.

Na enige maanden had ik het hele gewipple achter me gelaten. Een lang weekend naar Brugge was te doen. Waarom ook niet? We genoten daar van de oude kerken en het lopen, eigenlijk meer slenteren door de monumentale straatjes, was geen probleem. Ik werd geestelijk niet in beslag genomen door wat er de afgelopen maanden gebeurd was. Ik liet me meer leiden door het moment. Aandacht is spontaan, valt plotseling op de kleine dingen des levens waar je geen controle over hebt, zoals een oude boom in het Begijnenhof, een paardenbloem op het grasveld langs het kanaal of een kind in een van de drukke winkelstraatjes dat geniet van zijn ijsje.

Na de verstopping was er een andere vervelende bijkomstigheid, namelijk dat ik vaak pijn in mijn middenrif kreeg en zelfs op bed moest gaan liggen. Ik vond het zeer onprettig, omdat ik niet wist of dit mijn hele Leven zo zou blijven. Uiteindelijk ging de pijn in mijn middenrif na een jaar over. Toch kon een beetje pijn in de omgeving van het middenrif de gedachte oproepen ‘Laat het niet weer opnieuw gebeuren’. Natuurlijk was ik er niet de hele dag mee bezig; maar toch! Ik verzoende mij met de gedachte ‘Ik ben niet het lichaam, maar meer dan dat’. Zelfs het waarnemen van deze gedachte gebeurde spontaan, terwijl ik dat niet besefte op het moment dat de gedachte opkwam.