het Leven is de leraar
Hfst. 3: Ziek zijn
Par.: Nucleaire embolisatie
De hormonenkuur hielp niet en de tumoruitzaaiingen bleven onrustig. Ik zou niet meer beter worden en het enige wat over bleef was palliatieve zorg. De volgende stap was een embolisatie. Er waren twee mogelijkheden, een gewone of een radioactieve embolisatie. Voor de gewone embolisatie zou ik een, gezien mijn verleden, grote kans lopen op ontstekingen in de lever. Dus de keus viel op radioactieve embolisatie. Het AVL kreeg voor deze nucleaire ingreep geen vergoeding. Collega’s van het UMC Utrecht hadden hiervoor projectfinanciering, waaruit de ingreep betaald kon worden. Met zeer kleine radioactieve bolletjes zouden de tumoren intraveneus bestraald worden. Eerst werd er een proef gedaan om te kijken of de kleine testbolletjes op de plek van de uitzaaiingen terecht zouden komen. De hele vloer rond de operatietafel was afgedekt met steriele doeken en er werd een dun slangetje via mijn leverslagader in mijn lies naar de lever ingebracht. Na het inbrengen van het slangetje moesten we een kwartier wachten op de radioloog met zijn doorzichtige plastic apparaat waarin de bolletjes vervoerd werden. Ondertussen vertelde de senior chirurg dat hij liever piloot was geworden, wat mij als oud KLM-er wel aansprak. Helaas kwam hij niet door de keuring, wat hem nog altijd dwars leek te zitten. Hij leek me wel goed terecht gekomen en zo keuvelden wij een kwartier door. Het keuvelen liet zien dat de woorden vanzelf vanuit het niets, ruimte of leegte kwamen en soms spontaan een andere richting opgingen.
Ik nam ook mijn ongeduld tijdens het gesprek waar, doordat de woorden al op mijn lippen lagen en zo uit mijn geest leken te komen. Bij het uitspreken waren het soms andere woorden en hoorde ik ze zelfs niet. Het spreken gebeurde spontaan, was niet te stoppen. De woorden leken een eigen Leven te leiden, waar ik op kon toezien, er was geen ik die sprak, maar de woorden spraken. Woorden krijgen hun vorm vanuit de energie of licht, hebben alleen betekenis omdat de mens die er aan geeft.
De definitieve ingreep zou twee weken later plaatsvinden met de miljoenen radioactieve bolletjes (een half vingerhoedje); zowel de proef als de definitieve ingreep kon ik op een groot beeldscherm naast de operatietafel volgen. Ook de chirurgen volgden de ingreep op het beeldscherm. Vreemd als je bedenkt dat je niet rechtstreeks in de buik kijkt, die dan trouwens open zou moeten liggen, maar via een digitaal beeldscherm. Soms voelde ik het slangetje in mijn buik. Wij leken een soort vier-eenheid, die toekeken op wat er allemaal gebeurde op het scherm, niet bewust van dat het mijn lichaam betrof. Je neemt het hele gebeuren waar op een zwart-wit beeldscherm, ook de chirurgen doen de ingreep via het beeldscherm, alsof er geen lichaam is, zelfs niet de buik waarin de ingreep plaatsvindt.
De beide ingrepen waren goed verlopen, zoals de SPCT/CT scan meteen erna had laten zien. Er ontstonden weer ontstekingen en na een paar testen bleek het een ecolibacterie te zijn, waar je aan dood zou kunnen gaan. Er werd weer een PICC-lijn ingebracht. Een arts in opleiding mocht dat doen en dit duurde wel een uur. Halverwege het inbrengen kreeg ik het benauwd en moest ik met de telefoon mijn suikerwaarden controleren. Dat was een heel gedoe want ik had slechts een arm vrij; gelukkig zat de sensor in de arm waar de PICC lijn niet werd aangebracht. In ieder geval kon ik snel naar huis en weer kwam de thuiszorg elke dag langs om de antibiotica in te brengen via de PICC-line. En dan weer even naar het ziekenhuis, omdat je koorts hebt en geen stap kunt zetten. Het is geen een keer hetzelfde. Ik ontdekte dat alleen het hier en nu is dat werkelijk is, niet al je bijkomende gedachten.