het Leven is de leraar
Hfst.4: Waarnemen
Par.: De waarnemer
De waarnemer gebruikt voor het waarnemen de vier zintuigen, de ogen, de oren, de huid, de mond en de neus. Het kijken naar vormen met de ogen zoals naar een kopje, het luisteren naar muziek met de oren, het proeven van de smaak van een gebakje met de mond, het voelen van aanraking met de huid of het ruiken van geuren door de neus.
Je oog valt op een distelbloem met een rozet van scherpe blaadjes. Eigenlijk zie je globaal de hele bloem als een vaag verschijnsel. Je zoomt het waarnemen in op alleen de bloemknop, maar ook deze neem je niet echt waar, waarna de aandacht op een distelblaadje van de rozet blijft hangen. Hoewel je op een kleiner punt van de distel terecht komt, is er geen waarneming van dat kleinere punt op de distel. Dit waarnemen komt in een leegte terecht en zijn jij als waarnemer en het waarnemen verdwenen, wat door de geest of het denken niet geaccepteerd kan worden en ontstaat er onmiddellijk weer een gedachte in de geest.
Het Leven bestaat uit non-dualiteit, dat betekent dat er geen twee is en dat alles één is en er geen onderscheid gemaakt kan worden. Door op te gaan in het Leven wordt de mistige sluier in de geest weggehaald en het Leven wordt in al zijn gedaanten zichtbaar, het verdwijnt niet. Dat wil niet zeggen dat je geen gevoelens of verlangens hebt.
Over het algemeen neemt de waarnemer vooral waar via het kijken naar wat voor hem ligt. Bijvoorbeeld het kopje in zijn handen, de bloem die zo lekker ruikt, het gebakje dat je proeft, de muziek die je hoort. Het kunnen ook gedachten zijn die in je opkomen en die zoals bij kunstzinnige inspiratie spontaan, zonder directe invloed in je geest naar boven komen. Of gedachten die ontstaan bij gevoelens van verliefdheid of inspirerende gedachten ten aanzien van een nieuw kunstwerk of een oplossing voor een technisch of maatschappelijk probleem. Veel oplossingen gebeuren ook door gericht te kijken of te luisteren naar anderen, die op hun manier bezig zijn met een deel van een oplossing. Spontane inspiratie gebeurt vanuit het niets en kan een klein deel zijn van een oplossing.
De universele waarnemer is altijd aanwezig, maar wijzelf niet, want we zijn in gedachten, zoals bij autorijden. Opeens ben je een paar kilometer verder en heb je niets gezien van de weg en was je alleen maar bezig geweest met de komende vakantie Gelukkig is de universele waarnemer zonder jouw inbreng er wel en verongelukte je niet. Deze waarnemer is er altijd en overal, maar is geen persoonlijke waarnemer.
Er is in zekere zin geen focus of doel van persoonlijk bewustzijn. In het universele bewustzijn is er geen verlangen, maar is alles latent aanwezig en hooguit ontvangt je geest of is je geest, zonder jouw toedoen, spontaan in vol vertrouwen afgestemd op het universele bewustzijn. Jij bent er zelfs niet, hoewel je dat denkt te zijn. Je hebt zelfs niet auto gereden het autorijden gebeurde kennelijk. Het gaat niet om ‘wie’, maar ‘wat’ je bent. ‘Wie’ is de betekenis die jouw geest of denken aan jouw zelf geeft en is niet wat er hier en nu gebeurt. ‘Wat’ is dat wat je werkelijk bent namelijk het universele licht waar alles uit bestaat, hoe moeilijk het ook is om het te zien.