het Leven is de leraar
Hfst. 2: Het Universele
Par.: Stroom[1]
Naast hobby’s die je meestal binnen doet, zijn er veel sporten in competitieverband, zoals hockeyen, basketbal, hand- of voetballen. Al van jongs af aan sport ik. Eest met vriendjes op een veldje voetballen en later bij een voetbalclub. Toen ik ben gaan studeren werd dat voetballen op zaterdag, zodat ik het hele weekend verder vrij had om de kroeg in te gaan. Wat mij bij is gebleven is een vrije trap doe ik nam nemen en diagonaal rechts in de kruising schoot. Eigenlijk wist ik al op het moment van schieten dat de dal er in zou vliegen. Ik was toeschouwer of waarnemer van mijn lichaam, de bal en het doel. Het was een geheel, waarin ik verbleef, waarin het schieten als in een soort flow gebeurde.
Helaas ik moest de vrije trap overnemen, omdat ik te vroeg had geschoten. Ik ging weer dezelfde positie innemen, door simpelweg hetzelfde aantal stappen achter de bal terug te lopen en plantte mijn voet ook weer licht schuin tegen de bal, zodat deze in de rechter bovenhoek zou vliegen. Helaas de bal vloog over en ik besefte dat ik geen controle had over de uitvoering. Het gebeurde in beide gevallen gewoonweg en dat bij het nadoen van een eerste actie meer komt kijken dan ik gedacht had, zoals rekening houden met de windsnelheid en de afstand tot het doel. Ook zijn het aantal stappen naar de bal bij de aanloop en de houding van mijn voet op het moment dat ik de bal trap van belang.
Bij de herhaling van de vrije trap zat ik in ieder geval niet in de flow van de spontane, oncontroleerbare eerste actie, toen de bal in het doel vloog. Tegenwoordig wordt bij sporttrainingen vaak gesproken over ‘in the flow of zone’ zijn of het nu hardlopen, roeien of voetbal is. Deze flowtrainingen worden gebruikt om de aandacht vrij te laten stromen, door sportsituaties plotseling te veranderen, waardoor men niet kan terugvallen op wat de geest weet en spontaan op het gevoel het sporten te laten gebeuren. In feite wordt het directe waarnemen onmiddellijk door het lichaam spontaan en ongecontroleerd uitgevoerd.
Ik was een creatieve voetballer. Achteraf kan ik zeggen dat ik op het veld meer mogelijkheden waarnam dan de meeste anderen. Het was voetballen zonder veel na te denken en liet de oog voet coördinatie zijn werk doen. Ik zat zo te zeggen lekker in de wedstrijd of anders gezegd in de flow waarin het als vanzelf gebeurde, zonder dat dat besefte.
Mijn faalangst, maakte me zenuwachtiger; vooral als ik te snel moest handelen, dan ging er van alles mis; een pass die te hard was of alleen op de keeper afgaan en missen, vooral omdat ik teveel tijd had om na te denken hoe ik het doelpunt zou maken. Eigenlijk was ik er meer met mijn hoofd bij dan bij het voetballen zelf. Ik had daar ook last van toen ik hardliep. Er was dan een split moment dat ik geen gedachten had en liep. Dit benoemde ik onmiddellijk als flow en besefte helemaal niet dat het woord flow subtiel en slim in mijn gedachten was binnengedrongen. Ik nam niet meer waar wat er werkelijk gebeurde, namelijk louter lopen.
[1] De titel is ‘Stroom’, maar dit had ook Panta Rhei, Flow, Beweging of Stroming kunnen zijn. Een voorbeeld is bijvoorbeeld een rivier. Deze heeft een oorsprong, stroomt snel in een smalle bedding naar beneden en komt breed en kalm in zee terecht. Het zeewater verdampt vervolgens en wordt eventueel regen of sneeuw en valt vervolgens op aarde en is zo weer de oorsprong van een rivier. In feite is er geen begin of eind te ontdekken, maar alles stroomt continu.